Robin Haase is niet te spreken over de dopingcontroles in het tennis. De Hagenaar wordt vaak gecontroleerd en voelt zich soms onheus bejegend door de controleurs.

Door Charlie Bootsman

"Soms lijkt het alsof je naar de gevangenis moet, zo strikt zijn ze dan. Ze worden helemaal hysterisch als je iets niet goed doet", aldus Haase tegen NUsport.

"De laatste twee dopingtests waren heel goed. Ik had een controleur die begreep dat ik geen crimineel ben, maar gewoon een sporter die in een potje moet plassen."

Haase heeft in het verleden al regelmatig geklaagd over de gang van zaken bij antidopingbureau WADA. Dat heeft hij inmiddels opgegeven.

"Ik ben één van de weinige spelers die dingen durft te zeggen en ik word daardoor alleen maar meer gecontroleerd. Ik ben daar een beetje mee gestopt. Het is een strijd die je toch niet kunt winnen."

Irriteren

De huidige nummer vijftig van de wereld geeft nogmaals aan dat er gerichter getest moet worden. "Als iemand vijf toernooien achter elkaar wint, moeten ze denken: 'Hé, wat is daar aan de hand?' Dat gebeurt niet."

De 25-jarige Haase merkt in zijn omgeving dat spelers uit andere landen veel minder vaak een test moeten ondergaan. "In landen zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland en België is het goed geregeld. Ik weet dat in Oost-Europa veel minder vaak wordt getest."

"Spelers die daar vandaan komen, vergeten soms dingen in te vullen omdat ze weten dat ze toch niet gecontroleerd worden. Dat zijn zaken die mij heel erg irriteren."