Jorrit Bergsma heeft zaterdagmiddag bij de wereldkampioenschappen afstanden het goud op de tien kilometer veroverd. In een rechtstreeks duel rekende de Fries af met ploeggenoot en regerend wereldkampioen Bob de Jong die derde werd. Sven Kramer legde beslag op het zilver.

Het is voor de derde keer in de geschiedenis van de WK afstanden dat het podium op de tien kilometer volledig Nederlands is.

Kramer moest als eerste van de titelkandidaten in actie komen en een tijd neerzetten waar de concurrentie zich op stuk kon bijten. Onder de zware omstandigheden van de laaglandbaan in Sotsji was het vooral zijn doel om onder de dertien minuten te komen.

Versnellen

Lange tijd leek dat niet tot de mogelijkheid te behoren. Zijn coach Gerard Kemkers schreeuwde meermaals dat Kramer moest versnellen. Dat lukte hem in de laatste rondes waarin hij zijn directe tegenstander, de Duitser Moritz Geisreiter, in het vizier kreeg. Dankzij een sterk slot klokte Kramer 12.59,71.

Daarmee was de Fries ruim sneller dan Bart Swings die tot dan toe de beste tijd had neergezet met 13:19.15. Bij het WK allround legde de Belgische revelatie van het seizoen Kramer nog het vuur aan de schenen en kwam hij slechts vijfhonderdste van een seconde tekort om hem op de 10.000 meter te kloppen.

De Jong

Na een dweilpauze verschenen BAM-ploeggenoten De Jong en Bergsma op het ijs. Vooral in de eerste zes kilometer liep Bergsma vrijwel elke ronde uit op Kramer. De opgebouwde voorsprong wist hij in de slotrondes vast te houden. Uiteindelijk kwam hij na 12.57,69 over de streep.

De Jong legde voor de dertiende keer beslag op een medaille op de tien kilometer bij de WK afstanden. De 36-jarige veteraan, in het verleden vijf keer wereldkampioen, had iets meer dan dertien minuten nodig (13.00,26).