HILVERSUM - De overheidssteun aan noodlijdende clubs in hetbetaalde voetbal is in de afgelopen anderhalf jaar explosiefgestegen. Dat blijkt uit onderzoek van het KRO-televisieprogramma Netwerk.

In 2003 en in de eerste helft van 2004 is ongeveer 150 miljoeneuro naar het profvoetbal gevloeid. Eind 2002 bleek uit onderzoekin opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat er vanaf omstreeks 255 miljoen euro van overheidswege in het betaaldevoetbal was gestoken.

405 miljoen

Nederlandse gemeenten en provincies hebben derhalve in delaatste twaalf jaar ruim 405 miljoen euro steun verleend aannoodlijdende clubs in het betaald voetbal. Daarbij gaat om giften,subsidies, leningen en bankgaranties. Om clubs aan geld te helpen,namen veel gemeenten ook stadions over. Hiermee was in de afgelopenjaren een bedrag van 85 miljoen euro gemoeid.

"Betaald voetbal is gesubsidieerd voetbal geworden", oordeeltoud-KNVB-bestuurder Martin van Rooijen zondagavond in Netwerk. VanRooijen, die van 1989 tot 1993 voorzitter was van de sectie betaaldvoetbal en nu preses is van de atletiekunie (KNAU), vindt dat clubshun financiële problemen ten onrechte op de belastingbetalerafwentelen. "Als de KNVB niet orde op zaken stelt, dan komt dezwarte Piet telkens bij de samenleving terecht."

Gevangenen

Van Rooijen neemt het de KNVB kwalijk dat de bond licentiesblijft verstrekken aan clubs die er financieel een rommeltje vanmaken. Volgens hem nemen gemeenten ook grote risico's met hetovernemen van stadions. "Ze zijn gevangenen van zichzelf als zeeenmaal besluiten een omvallende club te redden via het stadion.Als die club vervolgens de huur niet meer kan betalen, dan kunnenze geen kant meer op."

Volgens de Belgische econoom Roel Bellens, die in eigen landbetrokken was bij de sanering van het profvoetbal, heeft Nederlandte veel betaald voetbalclubs om een gezonde exploitatie mogelijk temaken. Hij denkt dat de helft van de huidige 37 clubs moetverdwijnen. Bellens meent dat Nederlandse gemeenten te gemakkelijkde geldkraan open zetten om clubs overeind te houden. Dat vindt hijcompetitievervalsing.