Het voetbal is dus net zo verrot als het wielrennen. Iemand verrast? Zie het maar zo: een potje Aziatisch matchfixen kan ook leuk zijn.

Door Menno Pot

In 2000 was ik met mijn toenmalige vriendin in Las Vegas. In een casino namen we – voor de foto – even aan een blackjacktafel plaats en gooiden we een paar kwartjes in zo'n one-armed bandit.

Mijn vriendin constateerde met glinsterende ogen dat het gokken haar een gevaarlijk soort opwinding bezorgde: een soort goudkoorts. Ik voelde niets. Ik had totaal niet het gevoel dat ik ergens kans op maakte.

Mijn ex-schoonvader deed ons in de laatste week van december altijd een staatslot cadeau voor de grote oudejaarstrekking. Daar werd oudejaarsavond lekker spannend van, zei hij: handenwrijvend op de getalletjes wachten.

Meestal moest mijn vriendin me ergens in februari aansporen om toch even langs de sigarenboer te gaan met onze loten: misschien hadden we zonder het te weten een miljoen gewonnen. Dus ik naar de sigarenboer, die de loten door z'n machientje haalde. Niets gewonnen. O, zei ik dan, en sjokte weer naar huis.

Ik ben, kortom, extreem ongevoelig voor de sensatie van het 'kans maken'. Ik houd me liever bezig met dingen die ik zelf teweeg kan brengen.

Wat dat betreft zou je denken dat het precies iets voor mij is om te kunnen wedden op een voetbalwedstrijd die netjes door een Aziatisch goksyndicaat voor me 'gefixt' is.

Geer & Goor

Toen de berichten over matchfixing verschenen, begon iedereen (ikzelf ook) meteen over de extreme uitslagen: Olympique Lyon, dat in 2011 met 1-7 mocht winnen bij Dinamo Zagreb (pineut: Ajax). Spanje, dat in 1983 met 12-1 mocht winnen van Malta (pineut: Oranje). Argentinië, dat in 1978 met 6-0 mocht winnen van Peru (pineut: Brazilië).

In al die gevallen stonden verdedigers en keepers opzichtig te demonstreren hoe een voetbalwedstrijd in theorie zou kunnen verlopen wanneer je Geer & Goor in het hart van de verdediging opstelt en Bonnie St. Claire in de goal.

In werkelijkheid zijn die paar extreme uitslagen op topniveau slechts het topje van de ijsberg. Veel vaker gaat het om onbeduidende potjes op lagere niveaus, met een op het oog heel normale uitslag.

Je kunt dan wedden welke ploeg de eerste corner mag nemen, welke speler de eerste gele kaart krijgt, zulke dingen.

Een speler die 30.000 euro bruto verdient, is sneller dan een gefortuneerde topspeler bereid om voor een leuk snoepcentje in de vierde minuut een hoekschop weg te geven, zelfs al is daar een wonderlijke peer vanuit de middencirkel voor nodig.

Dat is een bijkomend voordeel van het fixen van kleine dingetjes in onbelangrijke wedstrijden: bij Veendam - Fortuna Sittard, of een buitenlands equivalent daarvan, kijk je niet zo op van een hilarische mistrap meer of minder.

Hoge nood

Als ik een wedje legde bij zo’n syndicaat zou ik gaan kijken hoe ver ik kon gaan. "Goeiedag meneer Wong, ik zou graag wedden dat Jorden De Batselier van Eendracht Aalst zondag in de eerste helft met hoge nood het veld verlaat en de blaas ledigt tegen de dug-out van de bezoekers. Kunt u dat fixen?"

Op die manier kunnen matchfixing en opmerkelijke staaltjes voetbalcult hand in hand gaan en hoeft van oneerlijke uitslagen verder geen sprake te zijn. Iedereen blij.

De laatste jaren was ik vaak geïntrigeerd door de reacties van wielerfans op alle dopingschandalen in hun favoriete sport. Ze reageerden vaak gelaten: ach, we wisten het eigenlijk wel, ik blijf tóch wielerfan.

Hoe zou ik reageren wanneer míjn favoriete sport zo corrupt blijkt te zijn, vroeg ik me af. Dat weet ik nu en ik sta er hetzelfde in. Zet 'm op Europol, maar ik wist het eigenlijk wel, voor mij verandert er niet veel.

Tot de meest verdachte voetbalgebeurtenissen van de laatste jaren horen wat mij betreft ook de toewijzing van het WK aan Qatar en de Champions League-loting, die dit jaar exact hetzelfde uitviel als tijdens de generale repetitie een dag eerder.

Een sport die gezegend is met koepels als FIFA en UEFA heeft voor een grondig stukje rotting die Aziatische goksyndicaten niet eens meer nodig.