Eigenlijk is het een verzamelplaats voor klachten, maar de meeste reünies beginnen vrolijk en welgemeend. Wie zegt dat het Nederlandse topbasketbal dood is, had afgelopen zaterdagmiddag in de Maaspoort in Den Bosch moeten zijn. 

Door Mart Smeets

Generaties topbasketballers aan het bier of aan de wijn, vele verhalen over winstwedstrijden, geile vriendinnen en prostaatklachten en vooral veel respect voor de tijd dat er in Nederland op niveau basketbal gespeeld werd.

Danny Cramer was er speciaal voor uit Denver, Colorado, voor overgekomen. Hij vertelde over zijn dagen bij Kinzo in Amstelveen, over zijn passes aan Kees Akerboom en over het feit dat kleinkind nummer zestien eraan komt in de Verenigde Staten.

Cramer was toen al mormoon en belijdt dat geloof nog immer. Veel kinderen op de wereld zetten is een van de taken van een goede mormoon. En verder vroeg Cramer honderduit. Hoe is het toch met Ton Boot? Waarom is er geen sterk Nederlands team meer? Waar hangt Mitch Plaat toch uit?

Plaat, de aanvoerder van het Nederlands team in 1983 in Nantes, toen de Oranjeploeg vierde van Europa werd en toen er een heuse basketbalboom in Nederland heerste, kon niet komen. De grootindustrieel had al een skivakantie in eigen land (Verenigde Staten) afgesproken. Jammer, volgende keer beter.

Stampend vol

Maar daar stonden ze aan het bier: Jelle Esveldt, Chris van Dinten, Jos Kuipers, Nathan Dijkstra, Bill Terry, Akerboom en Jantje Dekker was er gewoon voor uit Californië overgekomen. Kon hij op oudejaarsavond bij zijn oude moeder in Heemstede zijn en dan terugreizen naar zijn nieuwe vaderland waar zijn kinderen succesvol zijn en hij elke dag, via internet, de Nederlandse kranten leest.

Bernard van der Molen, Bernard de Man, Ruud Harrewijn, Paul van der Ree, Adjan Heeren; een generatie die het nog zonder de NBA op de televisie moest doen. De basketbalhallen in Nederland zaten op zaterdag stampvol en elke zichzelf respecterende krant had op maandag basketbalverslagen opgenomen.

Waar zijn die nu? Wie weet er nog wie er in de Nederlandse competitie spelen? En de gesprekken gingen over de maten die het niet gehaald hadden en die nu al begraven of gecremeerd waren: Harry Kip, James Lister, Tommy Barker, Jan Schappert. Over de mannen die terugkeerden naar de Verenigde Staten en daar aan lager wal waren geraakt, die nu leefden in kartonnen dozen, die nu een herinnering waren voor de mannen die elkaar nu toedronken.

Ja, natuurlijk, enkele kilo's meer, grijze kuif en prima verhalen. Over tweede huizen in Spanje, de nieuwe liefde golf en het tweede of derde huwelijk.

Geldschenker

In het midden zat, nee troonde, Rinus de Jong, de man die ooit zelf, als speler van Rotterdam Zuid, furore had gemaakt. "Dat is te lang geleden om je nog te kunnen herinneren", zei de man die nu met een rollator door het leven gaat.

Maar hij was er wel, een van de grote promotors van het Nederlandse basketbal ooit; sponsor, geldschenker, geldlener voor velen.

Menigeen wist nog hoe Rinus het hele basketbalbouwwerk dat Den Bosch heette, in stand hield, jarenlang. Hoe hij het over generaties heen tilde en altijd maar plezier bleef houden in het opbouwen van basketbalploegen. Coaches als Boot, Maarten van Gent en Bill Sheridan en hoe heten al die gekken ook al weer?

Rob van Essen, Henk Pieterse, Jan Walrecht, Toine van Stiphout, journalist Jules Spijkers, regelaar-schrijver Jacob Bergsma hadden allen hun verhaal, hun herinneringen en hun vraagtekens als het om het 'nu' ging.

Ja, dat was waar, je kon je beter laven aan het lauwe badwater van toen dan te proberen iets van de kille wereld van nu te begrijpen. Nu zijn het Amerikanen en nog eens Amerikanen, vroeger werd er anders gedacht. De kracht van je ploeg was afhankelijk van de kracht van je Hollandse spelers.

Onafzienbaar

En wisten we dat Pete Harris, Tyrone Marioneaux, Hank Smith en L.J. Pipkin nog altijd in Nederland waren blijven plakken? Die jongens waren nooit meer naar huis gegaan en o ja, Lace Strong was er ook nog en misschien nog wel meer van die onafzienbare reeksen van goede Amerikanen die in de jaren zeventig, tachtig en negentig naar Nederland kwamen om een sterke competitie vorm te geven.

Waar ging het mis? Iemand opperde: "Toen de mensen de NBA op hun tv kregen", en er werd over die opmerking nagedacht.

Er kwamen schalen met bitterballen en vlammetjes langs; de Nederlandse vorm van opperste gelukzaligheid tijdens een feest.

Cramer moest op maandag naar huis vliegen. Hij had van zijn vrouw naar zijn oude club en makkers gemogen als hij op 31 december 's avonds om negen uur kon aanschuiven aan het familiediner in Denver.

Zaterdag leek de Maaspoort in Den Bosch een heel klein beetje op een oudemannenhuis, maar wel vol mannen die gedurende drie decennia een relatief kleine sport in Nederland naar een bijna angstig hoog niveau hadden gestuwd.

De bierkraan ging nog eens open. Iemand riep: "Waar is Al Faber eigenlijk?"