Discussie in Engeland: voetballer geeft toe dat hij zelden voetbal kijkt. Is dat eigenlijk erg: een voetballer die niet van voetbal houdt?

Door Menno Pot

Voetballers zijn altijd op hun hoede in interviews, want alles wat ze zeggen over de trainer, medespelers, de eerstvolgende wedstrijd of hun persoonlijke ambities, kan uitvergroot en tegen ze gebruikt worden.

Daarom spreken ze in gemeenplaatsen. Dat wij, kijkers, ze vervolgens sufferds vinden die niets te melden hebben, nemen ze graag voor lief.

(Veel voetballers zíjn trouwens écht sufferds die niets te melden hebben, zelfs wanneer je rekening houdt met het bovenstaande. Maar dat terzijde.)

Ik vermoed dat Bobby Zamora (van het Londense Queens Park Rangers) geen onraad rook toen hij in een interview iets zei over zijn liefde voor het spel. Of liever gezegd: over zijn gebrek aan liefde voor het spel.

Hij zei: "Ik ben niet zo’n voetballiefhebber, eigenlijk. Ik kijk ’s avonds nooit naar voetbalwedstrijden."

Verwantschap

Zijn opmerking leidde tot een principiële discussie of het eigenlijk wel kán: een voetballer die niet van voetbal houdt. Op de site van When Saturday Comes verscheen een aardig stuk over de ‘affaire’.

Ik voelde een zekere verwantschap met deze Bobby Zamora, van wie ik overigens nog nooit had gehoord, juist omdat ik ben zoals hij.

Vorige maand heb ik mijn abonnement op Eredivisie Live opgezegd. Reden: ik keek er nauwelijks naar.

Ik ben seizoenkaarthouder van de eredivisieclub uit mijn woonplaats, maar op de tribune sta ik hoofdzakelijk met mijn vrienden te ouwehoeren. Ga ons niet vragen of de backs wel voldoende ‘knepen’ en of de punt niet naar voren had gemoeten in plaats van naar achteren, of andersom.

Soms vragen mensen (die op basis van mijn boeken en columns menen dat ik ‘voetbaljournalist’ ben) mij om mijn mening over een speler of trainer, of willen ze dat ik de uitslag van een wedstrijd op deskundige wijze voorspel.

Als dat gebeurt, steek ik soms een gezellig lulverhaal af, want ik ben de beroerdste niet. Meestal luidt mijn voorspelling: 3-0. Héél af en toe biecht ik à la Zamora: ik kan wel wat roepen, maar ik heb die ploeg nooit zien spelen en ken hun spelers niet, dus ik zou het bij God niet weten.

Voetbalcultuur

Mijn stadionbezoek, de Studio Sport-samenvattingen en een uurtje mooie goals, smerige overtredingen, mixed zone-akkefietjes en hilarische interviewtjes op YouTube - dat vind ik in de gemiddelde week wel weer genoeg.

Mijn laatste hele voetbalwedstrijd op tv? De laatste groepswedstrijd van Oranje tijdens het EK, denk ik.

Je zou, kortom, kunnen beweren dat ik niet van voetbal houd.

Toch beweer ik het tegendeel. Punt is: ik houd vooral van voetbalcultuur. Van de gang naar het stadion, het tribuneleven, de jongenshumor, de historie, de liefde.

Ik houd van voetbal als fysieke belevenis: 'naar het voetbal gaan'. Dat kan ook een bezoek aan het supportershome van FC Dordrecht zijn terwijl er niet eens een wedstrijd wordt gespeeld. Die DS '79-shirtjes aan de muur: dat is het.

Ja, ik houd van mijn club, maar ook van de clubliefde van anderen. Zie het als meta-liefde: ik houd meer van de liefde voor voetbal dan van het voetbal zelf. Voetbal kan voor mij alleen belangrijk zijn indien het lekker onbelangrijk blijft.

Leeghoofdigheid

Dat idiote, zichzelf véél te serieus nemende wereldje dat we kennen als 'de voetballerij'; het is me dierbaar.

De waan van de dag, de hypocrisie, de hoop, de subjectiviteit, de leeghoofdigheid, het handelen van al die mensen die het vaak zo goed bedoelen (en vaak ook niet), die vaak ijdel zijn, of gewoon dom, maar in alle gevallen uiteindelijk toch mens.

Ik volg het in verwondering en zou het niet willen missen.

Ik hoop dat het voetbaljaar 2013 veel rare, verrassende, tragikomische, pijnlijke, liefdevolle, meeslepende momenten zal brengen. Ik hoop dat er heel veel fout zal gaan, bij uw club én de mijne, zodat er kieren en barsten ontstaan waardoor we naar binnen kunnen gluren.

Ik wil de lach en de traan, de verbetenheid en de relativering, Barcelona en Cambuur, genialiteit en hotseknots, de ontroering en de plaatsvervangende schaamte. Alles.

Op zo’n voetbaljaar hoop ik, als liefhebber, of juist als niet-liefhebber, kiest u maar. En het mooie is: zo’n voetbaljaar gaat het ook worden. Zeker weten.