Laten we het jaar met een zonnig verhaal afsluiten. Er loopt een ploeg in de NBA rond waar het ronduit leuk is om naar te kijken. Sport, in al zijn complexe uitvoering, is heel aardig als spelers van een ploeg een duidelijk sociaal patroon gaan vinden in hun manier van spelen. 

Door Mart Smeets

Als die spelers elkaar weten te vinden en ploegbelang voor eigen belang gaan plaatsen. Als er vreugde afstraalt van heel vaak aanvallend en heel soms verdedigend spel. Als je kunt lachen of je het warm krijgt als je naar het samenspel kijkt.

Bij de Timberwolves gebeurt dit momenteel. De ploeg, die lange tijd het lachertje van de NBA is geweest, verrast velen. Men speelt goed, in de basis vrij simpel basketbal, en dat komt omdat de chemie binnen de ploeg goed is.

Vier niet-Amerikanen vallen op: blanke spelers uit Rusland (twee), Spanje en Montenegro en die mannen vinden in het spel van de T-Wolves een leuke uitlaatklep voor het basketbal waar ze mee opgegroeid zijn.

Rubio

De Spanjaard Ricky Rubio is een van God gegeven spelverdeler die voortdurend loopt te loeren op een gelegenheid de 'open man' met een splijtende pass te vinden. Hij komt terug van een zware knieblessure, maar zijn allereerste assist-na-de-blessure was een 24-karaats pass tussen eigen benen en die van een verdediger door op een vrijstaande ploeggenoot.

De Rus Alexey Shved (brons met Rusland in Londen) is ook een scherpe passer, misschien zelfs nog wel beter dan Rubio. Shved is iets groter (1.96 meter om 1.94 meter) en opereert graag in de hoogste versnelling. Hij kan goochelen en ook binnen het tempo van de wedstrijd spelen. Hij gooit weinig ballen zonder effect; een open, vrij karakter dus. Speels en grappig om naar te kijken. Geen springkuiten, maar hij kan echt omhoog.

Dat geldt ook voor zijn landgenoot Andrei Kirilenko, die na Londen terugkeerde naar de NBA waar hij eerder voor de Utah Jazz speelde en vastgelopen was in het moordend suffe spel van die ploeg.

Kirilenko kan ook boven de ring spelen en snapt de passes van Rubio en Shved. Hij is de eigenaar van een prachtige body fake en een onmogelijk grappig kapsel. Men noemt dat: coupe ragebol.

Makkelijk scoren

De vierde man speelde vorig jaar nog bij Panathinaikos in Griekenland. Daar werd niet altijd op tijd betaald en dus trok Nikola Pekovic naar het koude Minnesota. Ook hij heeft zijn ogen open en kan heel makkelijk scoren.

Vier Europeanen; voor sommige clubeigenaren is dat een doorn in het oog, want dat betekent (vinden de Amerikanen veelal) viermaal niet kunnen verdedigen. Dat valt bij alle vier reuze mee.

Kevin Love is de vijfde man van het startende team van de Wolves. Love is de neef van de oprichter van de Beach Boys. Zijn vader speelde zelf ook als prof in de NBA (Baltimore, Los Angeles en San Antonio).

Deze Wolves spelen dus leuk, zeg maar grappig basketbal. Als je vrij staat, krijg je de bal. Er is geen afgunst, men speelt een soort freelance basketbal en het (overwegend) blanke publiek in Minneapolis staat op de banken.

Is het grote geheim van deze ploeg dan die vier Europeanen en hun manier van spelen? Het gaat zelfs verder dan deze vier. Louis Amundson, de forward, is van Zweedse komaf. Hem werd onlangs een Zweeds paspoort geweigerd toen hij voor het land van zijn ouders wilde gaan spelen.

Blank basketbal

En ook de lange, sterke, ietwat houterige Greg Stiemsma speelt voor deze ploeg. Zijn (voor)vaderen komen uit Noord-Friesland en hij is geboren in een veelal door Friese boeren bewoond dorpje Randolph, in Wisconsin.

Stiemsma draait wonderwel mee in deze opvallend spelende ploeg, waar ook nog soepel springende Amerikanen een plaats hebben. Het klinkt iets te geforceerd, maar de ploeg speelt blank, Europees basketbal.

Daar waar vaak gesteld wordt dat het succes van een NBA-ploeg gedragen wordt door een klein aantal supersterren, bewijzen de T-Wolves nu (voor even) dat ook teamspel in Amerika, door vrij onbekende spelers uit diverse sportculturen bijeen geraapt, succes kan opleveren.

NBA-fans over de hele wereld stemmen graag af op de Timberwolves. Omdat je op een bepaalde manier wel vrolijk wordt van hun spel.

Onzelfzuchtig, licht frivool, humoristisch en toch doeltreffend basketbal, daar kunnen we het sportjaar 2012 mooi mee afsluiten.