Ik was een dikke kutmongool. Althans, dat vond de voetbalvader die op drie centimeter van mijn gezicht stond te tetteren. Als ik geen penalty gaf, zou hij ervoor zorgen dat ik de rest van mijn leven door een rietje moest ademen. 

Door Thijs Zonneveld

Vijftien was ik, en VVSB F7 tegen Quick Boys F10 (eindstand: 0-12) was de derde wedstrijd die ik floot. Het was ook mijn laatste. Dat ik als puber op zaterdagmorgen al om 8.00 uur moest opdraven was nog tot daar aan toe, dat ik werd uitgelachen door mijn vrienden uit de B1 trok ik ook nog net - maar ik had er geen trek in om te dienen als verbale of fysieke boksbal.

Nog diezelfde dag leverde ik mijn fluit in. Voortaan bleef ik op zaterdagochtend lekker in mijn bed liggen.

Laten we eerlijk zijn: niemand wil scheidsrechter spelen, zeker niet als je zelf nog ambities hebt. Kinderen dromen van het beslissende doelpunt in de blessuretijd van de WK-finale, niet van het succesvol toepassen van de voordeelregel.

Op elk trapveldje ruziën kleine jongetjes en meisjes om wie er in de spits mag. De slechtste moet achterin, de allerslechtste moet keepen en de allerallerslechtste moet de bal uit de sloot vissen als ie-erin valt.

Machtsgeil

Niemand is scheids; dat doe je zelfs dat ene schele joch met z'n horrelvoet niet aan. Het beeld van scheidsrechter is vaak dat van een lulletje rozenwater. Neppolitieagentjes die thuis niets te vertellen hebben, machtsgeile kereltjes met voetbalbroekjes die zijn opgetrokken tot in hun oksels, Van Swietens met fietsen zonder zadel. Aan de instandhouding van dat beeld doen we allemaal mee.

Johan Derksen en René van der Gijp vertellen elke maandag- en vrijdagavond scheidsrechtersmoppen, Mark van Bommel beledigt de vrouw van de scheids twee keer vijfenveertig minuten lang, de FIFA verklaart het arbitrale trio vogelvrij door ze niet te helpen met technische hulpmiddelen en spelers op alle niveaus reageren elk weekend hun frustraties op de scheids en de grens af.

Ik heb mezelf daar ook talloze keren schuldig aan gemaakt. Ik ben een keer of drie het veld uitgestuurd wegens aanmerkingen op de leiding toen ik nog voetbalde, als wielrenner heb ik gerocheld naar de jurywagen en als supporter in het stadion heb ik de scheids zo veel hondenlullen toegewenst dat ik de tel ben kwijtgeraakt.

Verleiding

De scheids is nu eenmaal altijd de kop van Jut. En als het de scheids niet is, dan is het de grensrechter. Wat zondag 2 december gebeurde op een voetbalveld in Almere is een exces, maar tegelijkertijd ook niet los te zien van de manier waarop er in vrijwel alle sporten - en vooral voetbal - met arbiters wordt omgegaan.

Het is zo treurig. Al die scheidsrechters, juryleden en lijnbewakers krijgen zo weinig steun, zo weinig respect, zo weinig dankjewels. De verleiding om scheids of grens te spelen wordt met elk incident kleiner, en als niemand de verantwoordelijkheid neemt om het spel te leiden, houden we geen sport over.

Misschien moet ik zelf maar weer eens een potje fluiten. Ik heb lang genoeg uitgeslapen.