KOPENHAGEN - Bjarne Riis wist als baas van team CSC in 2002 en 2003 alle ins-en-outs van bloeddoping onder zijn renners.

Die beschuldiging is afkomstig van de Tyler Hamilton, een van de getuigen in de dopingzaak rond Lance Armstrong. Media in Kopenhagen maken maandag melding van de bewering van Hamilton dat Riis verschillende keren een ontmoeting had met 'dopingdokter' Eufemiano Fuentes.

Riis heeft toegegeven dat hij op doping in 1996 de Ronde van Frankrijk won. Vanaf 2001 is hij ploegleider en hij zou naar eigen zeggen nooit iets van dopegebruik binnen zijn ploeg hebben geweten.

"Fuentes en Riis hebben elkaar zeker ontmoet", beweert Hamilton, die in 2002 en 2003 reed voor de ploeg van Riis. "Ik herinner me een moment in 2002, volgens mij in april, toen Fuentes en Riis bijeenkwamen in een hotel. Bjarne wilde Fuentes per se zien. Later begreep ik dat Fuentes een beetje boos was omdat ik meeging."

"Bjarne gaf mij informatie over Fuentes, zodat ik kon starten met bloeddoping. Het was niet voor epo of iets anders. Daar kon hij ook aan komen, maar de grote uitdaging was het correct uitvoeren van bloedtransfusies."

Aantijging

Riis, tegenwoordig de baas van Saxo Bank-Tinkhoff, wilde niet reageren op de aantijging van Hamilton.

Hamilton werd positief bevonden na de Olympische Spelen van 2004, waar hij goud won op de tijdrit.

De Amerikaan schreef ook een onthullend boek over de dopingpraktijken van de ploeg van Armstrong.