Een geschenk voor elke supporter van een eredivisieclub: een avond bekervoetbal bij een amateurclub. Omdat je gewoon voetbal wilt. 

Door Menno Pot

Eén van dé voetballersinterviews van dit jaar vond plaats op 12 maart, na afloop van Cambuur - AGOVV. Mark de Vries, spits van de 'Liwwadders', kon zijn tranen niet de baas toen De Brief ter sprake kwam die hij die week had gekregen.

Cambuur had hem, zoals dat nu eenmaal moet, laten weten dat zijn aflopende contract niet verlengd zou worden. En De Vries, ja, hoe moest hij dat nou zeggen… De Vries wilde gewoon voetballen.

Prachtig, hoe die grote, brede man bij het uitspreken van die woorden ineens heel klein werd.

Een enkele lulhannes in mijn directe omgeving merkte op dat het krokodillentranen waren om het dreigende verlies van een profvoetballerssalaris. Alsof die zo spectaculair zijn in de Jupiler League. Alsof je daarvan binnenloopt.

Kick

Ik geloofde meteen dat De Vries gewoon bang was voor een gedwongen afscheid van ‘de voetballerij’, van het wereldje, van de geintjes in de kleedkamer, van het publiek en de kick van een gescoorde goal.

(Misschien ben ik naïef. Ik geloof er namelijk ook niks van dat The Rolling Stones blijven optreden voor het geld. Alsof ze daar nog niet genoeg van hebben. Ik denk eerder dat ze verslaafd zijn aan The Rolling Stones zijn: aan wat er in een voetbalstadion vol mensen gebeurt wanneer ze samen het podium op lopen en Keef de eerste akkoorden van Brown Sugar aanslaat.)

Of Mark de Vries weer gelukkig is, weet ik niet zeker, maar ik vermoed van wel. Hij kreeg geen nieuw contract bij Cambuur, ook geen lagere aanbieding, en voetbalt nu in de Hoofdklasse bij ONS Sneek, de club die donderdagavond te horen kreeg dat in de derde ronde van de KNVB-beker Ajax op bezoek komt.

Misschien is ONS Sneek wel zo’n amateurclub die via een omweggetje beter betaalt dan FC Oss of Telstar, of spelers naast het voetbal een ‘maatschappelijke carrière’ biedt.

Koekhappen

Er zal in elk geval veel volk op de thuisduels afkomen. In Friesland hoeft maar iets te gebeuren dat van een afstand op sport lijkt en er staan binnen de kortste keren vijftienduizend mensen omheen: kaatsen, fierljeppen, schuitjevaren, dwergwerpen, koekhappen, haasje over, boterhamsmeren of zelfs zoiets potsierlijks als schaatsen, het maakt ze niets uit.

Ik denk dat Mark de Vries wel weer kan lachen. Dat hij zich nog voetballer voelt, in elk geval op zaterdagmiddag. Ik hoop het voor hem.

De meeste voetbalsupporters, ook die van betrekkelijk grote clubs als Ajax, zijn net zulke jongens als Mark de Vries: ze willen gewoon voetbal. Toen ONS Sneek uit de koker kwam, sprongen mijn Ajax-vrienden en ik juichend op: yes, een ouderwets uitwedstrijdje, waarvoor een kaartje géén zestig euro zal kosten en géén verplichte buscombi zal worden opgelegd, of dat soort flauwekul.

Je koopt gewoon een kaartje van een euro of vijftien, rijdt naar Sneek, drinkt wat biertjes in een leuk café en gaat daarna een gare pot voetbal kijken op een sportpark waar je de spelers “hé” hoort roepen als ze aangespeeld willen worden en waar elke balaanraking weerklinkt in de najaarskou: pets. Leer tegen leer.

Bekertje koffie en een gevulde koek erbij, gekocht van een lieve Friezin die Wietske of Flopke of Hepke of Kwakske heet, of zoiets. Heerlijk.

Fris van de lever

Wordt echt beregezellig met al die jongens, die bijna allemaal genoeg hebben van al die kutcombi’s en van wie sommigen hebben besloten geen gebruik te maken van hun seizoenkaarthoudersrecht om Champions League-kaarten te kopen voor hun eigen stoel, omdat Ajax 240 euro rekent voor drie wedstrijden in hun vak.

Ajax zal uiteraard slecht en ongeconcentreerd voetballen in Sneek, terwijl ONS Sneek fris van de lever zal spelen en een paar keer lelijk door de Ajax-defensie heen zal snijden. Zo gaat dat vaak. Zie PSV, donderdagavond bij Achilles ’29, en Ajax een paar jaar geleden, bij Kozakken Boys.

Dondert niet. Ik mag naar Sneek voor een dosis Mark de Vries-gevoel. Gewoon voetbal. Hij en ik, al dan niet toevallig van hetzelfde bouwjaar (1975), zullen de avondlucht opsnuiven en denken: ja, dit is het.