HOOFDDORP - Bauke Mollema vindt de kritiek van wielerbondscoach Leo van Vliet ‘nergens op slaan’. Van Vliet stelde een dag na de WK in Limburg niet alleen dat de renners van Rabobank te veel in de watten worden gelegd, ook zei hij ‘geen vat te krijgen’ op Mollema.

“Ik was lichtelijk verbaasd”, reageert Mollema met gevoel voor understatement tegenover NUsport.

“Ik heb Leo gisteren direct na de uitzending van Nieuwsuur gebeld. Het was een goed gesprek, maar we kwamen er niet helemaal uit. Ik ben wel blij dat ik hem heb gesproken.”

Mollema werd door Van Vliet ook een 'aparte jongen' genoemd, eentje op wie hij maar moeilijk vat kon krijgen. “Ik vind dat loze woorden”, stelt Mollema.

“Het slaat eigenlijk nergens op. Het is ook niet dat ik hem vorige week voor het eerst heb ontmoet. Ik ben niet veranderd. Misschien zeggen deze opmerkingen wel wat meer over Leo dan over mij. Ik vroeg hem ook waar die opmerking vandaan komt over mij en daarop kon hij geen antwoord geven.”

Vreemd

De Raborenner, die op ruim twee minuten van winnaar Philippe Gilbert als 48ste aan de streep kwam in de wegwedstrijd van het WK, beseft dat hij en Van Vliet ‘andere persoonlijkheden’ zijn. “Hij is een extraverte Westlander en ik ben wat meer ingetogen”, zegt Mollema. “Iedereen is toch anders?''

''Het is toch de taak van een bondscoach om met dat gegeven om te gaan en ik moet zeggen: ik vind het vreemd dat ik vorige week niet het gevoel had dat hij ‘geen grip‘ op mij had en daarom verrassen de uitspraken van Leo mij ook.”

Mollema noemt Van Vliet ‘een aparte bondscoach’ die ‘super enthousiast’ is. “Hij had wel veel energie. Hij deed zelfs eens een keer een handstand bij het ontbijt, volgens mij om te laten zien dat hij dat nog steeds kon.”

Onzin

Dat de bondscoach kritiek heeft op de werkwijze van de coaches bij Rabobank vindt Mollema prima, maar dat er grote verschillen waren tussen de vijf renners van Rabobank, die te veel in de watten gelegd zouden worden door de ploegleiding, en de vier anderen doet Mollema af als ‘onzin’.

“Toen ik hem naar voorbeelden vroeg kon Leo er maar een noemen, namelijk dat een van onze renners in een andere koersbroek wilde trainen omdat de zeem niet prettig was. Leo zei toen: 'Nee, we rijden in deze broeken'. De renner deed vervolgens niet moeilijk. Dat was het enige dat Leo kon opnoemen, dat vond ik weinig.”