WARSCHAU - Italië heeft Duitsland donderdagavond uit de finale van het Europees kampioenschap gehouden. Het elftal van bondscoach Cesare Prandelli overtrof zichzelf en won de halve eindstrijd in Warschau met 2-1.

Mario Balotelli loste met twee treffers eindelijk zijn belofte in. Duitsland moet daardoor tenminste nog twee jaar wachten op de eerste grote titel sinds 1996.

Na twintig minuten kwam Italië op voorsprong. Balotelli kopte raak na een voorzet van Antonio Cassano. Het was de eerste keer dat de Duitsers dit toernooi op achterstand kwamen.

In de 36e minuut stond Balotelli ineens vrij na een verre pass uit het achterland. Hij haalde vervolgens op indrukwekkende wijze uit. De Duitse doelman Manuel Neuer had niet eens de kans om te reageren: 2-0.

In de voorgaande wedstrijden had Balotelli slechts één keer gescoord. Dat deed hij tegen Ierland. Na zijn tweede succes tegen Duitsland trok Balotelli zijn shirt uit, het kostte de speler van Manchester City een gele kaart.

Van slag

Duitsland was van slag. Na de tweede tegenvaller kwam het elftal van bondscoach Joachim Löw nauwelijks nog aan goed combinatievoetbal toe. Dat terwijl de Duitsers goed begonnen waren.

Al na vijf minuten haalde Andrea Pirlo een inzet van Mats Hummels van de lijn. De Italianen leken even te wankelen. In het doel maakte Gianluigi Buffon in de openingsfase een wat onzekere indruk.

Opnieuw had Löw zijn opstelling gewijzigd. Mario Gomez, in de groepsfase goed voor drie treffers, was terug. Datzelfde gold voor Lukas Podolski. Toni Kroos stond voor de eerste keer in de basis. Miroslav Klose en Marco Reus zaten op de bank.

Na de hervatting zette Löw alsnog Klose en Reus in, wat Gomez en Podolski hun plek kostte. Desondanks slaagde Duitsland er niet echt in de tegenstander onder druk te zetten. Het grootste gevaar kwam uit een vrije trap, genomen door Reus. Via de vingertoppen van Buffon schoot hij op de lat.

Veel verder kwam de favoriet niet. In het verdere verloop van het tweede deel waren de Italianen zelfs gevaarlijker. Pas in blessuretijd scoorde Mesut Özil van elf meter de 2-1.