We kunnen gaan zitten mopperen over het mislukte EK-optreden van Oranje, maar laten we inzoomen op de pluspunten: Jack en Wesley.

Door Menno Pot

In de aanloop naar het EK raakte ik ontroerd door de prachtige documentaire De Sneijder-tapes. Kees Jongkind en Rimko Haanstra bekeken met Wesley Sneijder beelden uit 1993: gesprekken met de achtjarige Wesley.

Terwijl Sneijder keek en vertelde, dacht ik: goh, wat een leuke kerel - en dat had ik bij Wesley Sneijder nog niet zo vaak gedacht. De man zat toch een beetje in mijn hoofd opgeslagen als het kliertje dat de scheidsrechter voor ‘blinde tyfushond’ uitscheldt, om voor de camera vervolgens nóg dommere dingen te roepen.

Kleine jongens worden groot. Tijdens dit EK was Sneijder de ware aanvoerder van Oranje, zowel op het veld als voor de NOS-camera’s. Hij kon het als enige Oranje-speler opbrengen om een flutseizoen van zich af te schudden en zich alsnog in vorm te knokken. Hij was misschien wel de enige van wie je werkelijk kunt zeggen: aan hém heeft het niet gelegen.

Na trainingen en tijdens persconferenties was hij innemend; na de verloren wedstrijden reëel en inhoudelijk. Opvallend: Sneijder kijkt niet meer langs de camera, naar een denkbeeldig voorval dertig meter verderop. Hij maakt oogcontact. Hij is een man.

Gezwatel

Wat een wereld van verschil met de struisvogelanalyses van Bert van Marwijk (de kansen niet benut, dat was eigenlijk het enige probleem) en het onsamenhangende gezwatel van Arjen Robben: wegkijken, puffen, zuchten en daarna een emmer wartaal omkeren.

De beste Nederlander tijdens EURO 2012 was Jack van Gelder. Ik had er altijd grote moeite mee om iemand serieus te nemen die zich bezighield met programma’s als Fiets ‘m erin, Tobbedansen en Met glans van de schans.

Zijn imitaties van een levend speenvarken dat met zijn achterwerk op een gloeiend barbecuerooster wordt gezet, na elke goal van Oranje, werkten ook niet mee.

Jack was de man die altijd bondscoach en spelers naar de mond praatte en onder het journalistieke principe van ‘hoor en wederhoor’ verstond dat je eerst de ene partij omhelst en gelijk geeft - en vijf minuten later de andere.

Hij was de koning van de laffe vraagstelling. Als Jack vond dat Wesley Sneijder alleen voor zichzelf liep te voetballen, dan vroeg hij: “Wes, in Nederland roept men: die Sneijder loopt alleen voor zichzelf te voetballen. Wat doet dat met je?”

Kritisch

De voorbij twee weken was het ineens allemaal anders. Terwijl Johan Derksen, Wilfred Genee en René van der Gijp hun hand zaten te overspelen en hun Televizier-Ring zagen wegzinken in schijtlolligheid, vond Jack zijn toon: vaderlijk maar kritisch. Je zag het respect van de spelers groeien.

Wesley Sneijder aan tafel bij Jack van Gelder, na afloop van Nederland - Duitsland; het was mijn Oranje-hoogtepunt van EURO 2012.

Jack trapt af: “Ik zie een ploeg die dacht: wij zijn hartstikke goed en als we gewoon weer doen wat we twee jaar geleden deden, dan lukt het wel.”

Sneijder wil wel praten, dat zie je aan hem, maar hij is voetballer, dus hij schakelt eerst de automatische piloot in. Net op het moment dat Sneijder de holle uitdrukking ‘achter de feiten aan lopen’ wil lanceren, grijpt Jack in: “Er is geen verband in het elftal. Het middenveld valt uit elkaar, alle automatismen ontbreken.”

Echt spannend wordt het wanneer Jack vraagt of het bij Oranje niet te veel ‘ouwe jongens krentenbrood’ is geworden. “Ik zie een looptraining, jij gebaart tegen de looptrainer: stoppen. En hij stopt. Dan denk ik: niet goed, hij moet gewoon doorgaan.”

Vlijmscherp

Sneijder gaat rechtop zitten, wrijft over zijn wang. Jack komt dichtbij, de automatische piloot moet uit. Jack vindt grip: “Kunnen jullie nog wel afzien? Willen jullie nog wel pijn lijden?”

En: “Nog één vraag: missen jullie Frank de Boer als assistent-bondscoach?”

Zelden zei een zwijgend, uitgestreken voetballersgezicht zo onmiskenbaar ‘ja’. Sneijder blijft correct, waar hij vroeger een geïrriteerde tegenaanval zou hebben ingezet. Je ziet aan hem dat Jacks vragen niet afketsen. Wesley voelt ze. Het siert hem.

Zul je altijd zien: is Jack van Gelder een keer vlijmscherp, knijpt Oranje er na drie groepswedstrijden tussenuit. Het is niet onze zomer.