Zomaar een scheidsrechtercliché: 'De dienstdoende arbiter op een eindtoernooi hoopt dat zijn vaderland niet verder komt dan de kwartfinale, omdat zijn werk er anders op zit.'

Door Hendrik Meijnders

“Dat klopt wel hoor”, bevestigt Dick Jol, scheidsrechter in ruste en goed voor één EK in 2000. “Ze zeggen het alleen niet, omdat men er in het vaderland niet blij mee is. Maar zij die anders beweren liegen.”

Foto 1: Dick Jol in actie tijdens de kwartfinale Turkije - Portugal op EURO 2000. Alpay Özalan krijgt de rode kaart.

Jol: “Toen Oranje tijdens EURO 2000 in de kwartfinale over Joegoslavië walste wist ik genoeg. Ik had drie wedstrijden gefloten, maar ik kon mijn koffers pakken. Na die fase zijn namelijk nog drie scheidsrechters nodig. Zit jouw land bij de laatste vier, dan is het klaar.”

Voetbaldier Jol, woensdagmiddag floot hij een wedstrijdje op het strand van Scheveningen, kijkt alle EK-wedstrijden.

“En in het begin had ik moeite met het niveau van de scheidsrechters. Al werd het daarna beter. Maar vergeet niet; het is nog niet spannend hè! Pas vanaf de kwartfinales komt de echte druk erop.”

Foto 2: Een elftal scheidsen, actief tijdens EURO 2012. Onderste rij (vlnr): Viktor Kassai, Nicola Rizzoli, Björn Kuipers, Pedro Proença, Damir Skomina en Carlos Velasco Carballo. Achterste rij (vlnr): Stéphane Lannoy, Howard Webb, Wolfgang Stark, Jonas Eriksson en Cüneyt Çakir.

De Italiaan Rizzoli, Velasco Carballo uit Spanje, de Brit Webb en de Duitser Stark; het zijn voor Jol de toppers onder de huidige arbiters die, als hun land eenmaal uitgeschakeld is, kans maken op meer wedstrijden tijdens EURO 2012.

“Nee, daar komt Björn Kuipers niet voor in aanmerking”, denkt Jol. “Hij fluit vrijdag wel zijn tweede EK-wedstrijd tussen Oekraïne en Frankrijk, een belangrijke pot. Maar ik vind dat hij nog niet mee kan op het allerhoogste niveau.”


Foto 3: Kuipers in actie tijdens Ierland - Kroatië op 10 juni in Poznan.