Alsof het afgesproken werk was: zowel Voetbal International als Elf Voetbal legde verdediger Jan Vertonghen op de snijtafel. Kennelijk werd op twee redacties tegelijk de behoefte gevoeld om de kwaliteit en tekortkomingen van deze Ajax-verdediger te vangen in cijfers.

Door Auke Kok

Daardoor weten we dat Vertonghen 73,48 procent van zijn duels wint; van zijn kopduels liefst 81,85 procent. En dat de Belgische centrumverdediger tegen FC Groningen elf keer naar voren ging en tegen De Graafschap zestien keer, waarvan zes keer zonder bal.

Ik ben nooit zo van die cijfers, ze pretenderen een objectiviteit die nauwelijks waar te maken is. Om wat te noemen: een speler die strooit met breedtepassjes lijkt al snel beter dan iemand die risico’s neemt, en verdedigers zijn mathematisch gesproken altijd beter dan aanvallers. Pogingen om te scoren mislukken nu eenmaal vaker dan ze slagen.

Niet zo verwonderlijk dus dat de cijferaars van Elf negen verdedigers in de top tien van ‘beste’ eredivisiespelers zetten. De enige aanvaller, als tiende geplaatst, is Renato Ibarra van Vitesse - wiens percentage van gewonnen duels (62,64) hem tot de beste aanvaller van de eredivisie bestempelt. Tja.

En los van dit alles: als er één speler is bij wie je geen getallen nodig hebt om te laten zien wat er aan de hand is, dan wel de Jan Vertonghen van de laatste maanden. De sinds kort 25-jarige Belg is veel scherper dan een half jaar geleden en wint vrijwel alle duels met gemak.

Dat gemak, daar gaat het mij om. Het laat zich niet kwantificeren, je merkt het gewoon, je ziet zijn ontspannen uitzwaaiende armen na een balverovering, gevolgd door een voorwaarts geplaatste bal.

Pijnlijk

Alleen al aan dat loshangen van die armen zie je dat Vertonghen het naar de zin heeft. Dat het allemaal een beetje te gemakkelijk gaat. Dat je denkt, Jan is aan een nieuwe uitdaging toe.

Denkend aan Jan Vertonghen zie ik hem de middenlijn oversteken met de bal, om dan, alsof hij zich verveelt, een paar tegenstanders te passeren. Soms is het haast pijnlijk.

Tegenstanders die als vliegen van zijn lijf afstuiteren, dat is toch geen gezicht? Het gebeurde meer dan eens - en steeds vaker.

Ook erg: Vertonghen die met een paar schijnbewegingen de achterlijn haalt, een voorzet geeft waar een goal uitkomt en dan emotieloos terugloopt. Kennelijk stelde het niets voor, in zijn ogen, morgen weer een dag.

Nu hij zo domineert, valt pas op hoe lang hij is; zijn 189 centimeters komen nu pas goed tot hun recht. 189 centimeter is een lengte voor topcompetities.

Prikkels

Zondag schiep Jan de Grote er behagen in om de bal, die hij net had veroverd van FC Twente-speler Ola John, langs Roberto Rosales te spelen met een pirouetje. Had ook normaal gekund, maar dit was schijnbaar leuker. Daarna nog een pirouetje. Pas daarna ging de bal naar voren.

Indruk: Vertonghen zoekt extra prikkels, hij wil het spannend houden. Jan de Grote verlangt naar duels met andere groten. Je hebt geen trainerscursus nodig om dat te zien. En geen zakjapanner om het aan te tonen.