Toen Johan Cruijff vijf jaar geleden zijn zestigste verjaardag vierde waren veel enthousiaste mensen bezig ter ere daarvan allerlei activiteiten te organiseren.

Door Hendrik Meijnders

“In de meeste gevallen goed bedoeld, maar ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik de regie over mijn eigen situatie verloor”, zo zegt de hoofdpersoon anno 2012.

“Toen kwam ook het idee om het om te draaien”, aldus Cruijff in het voorwoord van Voetbal. “Op mijn 65ste moesten anderen niet iets voor mij verzinnen, maar ik iets voor anderen. Vandaar dit boek. Over een leven met voetbal.”

Een boek (let op de koddige prijs) voor iedereen. Jong, oud, amateur of prof. Om vooral duidelijk te maken dat je zelfs op het hoogste niveau moet genieten van voetbal.

Uitgelegd door Cruijff zelf aan de hand van onderwerpen als het ideale elftal, positiespel en techniek. Opgetekend (dat zal een prettige wedstrijd zijn geweest) door huisvriend en -journalist Jaap de Groot.

Soms onnavolgbaar (“een back kan in Oranje nooit een vaste basisplaats hebben”), typisch (“wie harder moet lopen, komt minder aan voetballen toe”), origineel (“juist in de zomer moeten alle voetbalvelden open zijn”) of gewoon leuk (“het trainen op penalty’s heeft niet veel zin”), dan eens hoogst merkwaardig.

Gaat het over dribbelen en drijven en zegt Cruijff: “Spelers die deze onderdelen heel goed beheersen zijn Lionel Messi en vroeger John van ’t Schip en natuurlijk Diego Maradona.”

Teennagels

En zo verhaalt hij verder, bespreekt dan per positie het belang ervan. Zegt: “De linkermiddenvelder vind ik een van de boeiendste posities in het elftal, de rechtshalf een van de meest gewaardeerde”, en legt vervolgens uit waarom.

Of hij laat weten dat, als hij keeper zou zijn geweest, hij bij een vrije trap tegen geen muur neer zou zetten: “Met een muur heb ik altijd het gevoel dat de echte specialist in de kaart gespeeld wordt.”

En zo gaat het verder. Over voetverzorging (“teennagels altijd kort knippen en voeten na het douchen goed afdrogen”), de traptechniek van Ronald Koeman en het koppen van een bal, dat dusdanig trainbaar is dat elke speler het zowel over links als over rechts zou moeten kunnen...

Saai is het ook regelmatig, vooral als het over tactiek gaat. Technisch geneuzel, vooral geschikt voor voetbalprofessoren en niet voor de gemiddelde recreant.

Verleden

En Cruijff had aan de hand van praktijkvoorbeelden best meer uit zijn eigen rijke repertoire mogen putten. Dat doet hij nu veel te weinig, waarbij hij met regelmaat te veel terugvalt op namen als Arnold Mühren, Sjaak Swart, Piet Keizer, Wim Kieft of Bryan Roy.

Waarover hij dan praat alsof zij eerder deze week nog de halve finale van de Champions League speelden. Dat zorgt te vaak voor een beeld dat Cruijff niet verder kijkt dan zijn discipelen, wel oog heeft voor het heden maar vooral bouwt op het verleden.

Mooiste Marco-van-Basten-quote van Cruijff: “Die zou ook als rechtsback van internationale klasse zijn geweest.”

Zoals het Cruijff betaamt, berijdt hij stokpaardjes (6+5-regeling, 4-3-3-systeem en het belang van goede jeugdtrainers), maar laat hij ook proefballonnetjes op én draagt hij oplossingen aan. En dat is leuk!

Scheidsrechters

Gaat het over scheidsrechters, zegt hij: “Ik vind het een probleem dat arbiters alleen door collega’s worden beoordeeld. … Ik ben meer een voorstander van wekelijkse toetsing bij spelers, trainers, publiek en pers."

"De uitkomsten daarvan stop je in een computer, waardoor je aan het eind van het seizoen een klassement kunt samenstellen. Van de top twintig laat je de twee laagst geklasseerde degraderen en vul je de groep weer aan met de twee besten uit de categorie daaronder. Op die manier komt de beste voetbalscheidsrechter vanzelf bovendrijven.”

Cijfer: 7

Johan Cruijff, voetbal

Uitgever: Cruyff Bibliotheek
ISBN-nummer: 978-90-81797429
Auteur: Johan Cruijff
Pagina’s: 172
Prijs: 14,65 euro