Wie in de jaren zeventig en tachtig het internationale voetbal volgde, kon niet om Maarten de Vos heen. Hij, zo op het oog een broer van Eric Burdon (van The Animals), was een kleine, felle, fantastische voetbaljournalist.

Hij schreef voor de in 1974 opgeheven krant De Tijd en hij publiceerde in die jaren het must have boek De Ajacieden. Later ging hij in voetbalzaken.

Vanuit Ouderkerk aan de Amstel bestierde hij een mooi bedrijf; hard werkend met iets idealistisch in zich: hij wilde de medemens graag laten weten welke diepe roerselen zich in een sportend mens vast gezet hadden.

De Vos is een goede week geleden overleden. Na een vervelende strijd tegen onvermijdelijke en totale aftakeling, een staat die je geen mens gunt, werd het voorgoed stil in zijn hoofd.

De voetbalhemel is nu een groot schrijver rijker, denk ik dan maar, want De Vos had een fabelachtig scherpe pen die gevoed werd door nuchter en normaal na te denken over de inhoud en de uitvoering van een der simpelste en meteen ook moeilijkste spelletjes ter wereld: voetbal.

Daarnaast had hij, als kleine bravoureman in die tijd, iets met boksen. Het penozeleven leek hem aan te trekken, hij genoot van de schimmige entourage van de bokswereld, van de managers, de meelopers en de snollige dames op de derde rij.

Fijne neus

Hij ging voor zijn plezier naar het boksen en voetbal was zijn vak. Toch kwam hij, in de late jaren zestig ook bij het topbasketbal in Nederland langs.

Hij had een fijne neus voor vernieuwing en zo kon je hem aantreffen bij wedstrijden van Levi’s/Flamingo’s in Haarlem, samen met Rinus Michels, die dezelfde vooruitziende blik had.

De Vos was op zijn best op de redactie van de krant. Verbaal niet te missen, druk, steeds in de weer, gooiend met proppen papier die hij vol walging uit zijn tikmachine scheurde omdat hij vond dat zijn beginzin niet 'stond als een huis'…zo leerde ik hem kennen.

Hij kwam zondags altijd laat op de krant, gooide zijn jas in een hoek en eiste een pagina, vervolgens driekwart pagina en hij werd woedend als hij het met een halve moest doen.

Hij kwam dan van Volendam-Ajax af en hij had stof voor wel de hele krant. Hij kende alle spelers en alle spelers wisten wie hij was.

Zijn krantenverhalen lardeerde hij, als een der eersten in Nederland, met quotes, met uitspraken van de betrokkenen zelf. Voor die tijd schreef een verslaggever op wat hijzelf gezien had, De Vos voegde er een dimensie aan toe: de woorden van spelers, coaches en, als het moest, de scheidsrechter.

Zijn bedoeling was duidelijk: de wedstrijd ook van binnenuit bekijken. Je diende niet alleen op te schrijven dat het 2-1 was geworden, maar je moest op zoek gaan naar het hoe en waarom.

Hij was daar duidelijk in: "Een uitslag opschrijven kan iedereen, een wedstrijd verklaren, vereist inzicht.”

En dat had hij in grote mate. Op maandag kochten veel losse kopers De Tijd om te lezen wat De Vos van de door hem bezochte zondagse wedstrijd vond, zijn mening telde.

Behulpzaam

Hij deed ook eindredactionele beurten op de krant en stuurde menig jong journalist het bos in: ga terug naar je machine en schrijf het nogmaals op en dan drie keer beter. Streng, gemeen, maar zeer behulp- en leerzaam.

Had je een goed stuk geschreven, dan brulde hij dat over de redactie heen: "Goed gedaan Eddy (Poelmann), heerlijk om te lezen", maar ook klonk er  "Godverdomme Harry (Vermeegen), wanneer leer je nou eens een behoorlijk lopende zin op te schrijven…ga maar weer koffie halen, dan hebben we nog iets aan je.”

Hij bleef tot de laatste dag bij De Tijd en versloeg het WK in West-Duitsland als een fan, een keiharde werker en soms bijna als een bezetene.

Ik zat in die dagen in de Tour de France en kreeg dan te horen dat mijn bijdrage beduidend korter moest omdat 'Maarten bijna een volle pagina had aangeleverd en hij de thuisredactie gedreigd had het hele gebouw op te komen blazen als er een regel uit gehaald zou worden'.

Hij voetbalde zelf ook. Met Sjaak Swart en Freek de Jonge in een elftal. Veel gedoe, alles uitleggen, schelden, kankeren, genieten, positiespel, volle overgave. En hij leefde 'hard'.

Portretrecht

Hij dreef zijn nieuwe bestaan bij Inter Football naar grote hoogten. Samen met Cor Coster en in eerste instantie Piet Keizer, bouwde hij aan een winkel die de (voetbal)sport moest dienen en daarnaast moest er ook geld verdiend worden.

Bordreclame, portretrecht, spelershandel, spelersbegeleiding…het kwam allemaal voor het eerst uit Ouderkerk aan de Amstel.

Net zoals, elk jaar, op mijn verjaardag, een mooie bos bloemen. Dat was Maarten. Hij vond dat zoiets hoorde, we hadden immers, in de sport, samen veel mooie jaren meegemaakt. Dan paste de geste van een ferme ruiker. Altijd weer.

Totdat zijn geest het opgaf en hij het trainingsveld van Zeeburgia niet meer kon vinden en hij afspraken begon te vergeten. Triest was het en zijn vrienden en collega’s maakten de verdere aftakeling op afstand mee.

Tot zijn dood, verleden week. In stilte en verre afzondering.

Schatplichtig

De Nederlandse voetbalfan zal het totaal ontgaan zijn, maar de gemiddelde voetbaljournalist weet dat hij of zij schatplichtig is aan Maarten de Vos. Wegbereider, voorbeeld, avonturier, rock & roller, liefhebber van alle topsport. Hij creëerde de eerste denktank waar over topsport in Nederland werd gesproken en nagedacht. Het moest allemaal anders, beter, professioneler.

Lees De Ajacieden (1971), kijk naar de film Nummer 14, over J.C. Hij was ons allen voor en ging ons allen voor. Hij bepaalde mede de vorm van de sportjournalistiek in Nederland in de bepalende jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig.

En hij kon de hits van The Cats lip gelijk meezingen, terwijl hij Stones-fan was.