Zelfs Jean-Marc Bosman is achteraf niet onverdeeld gelukkig met het 'Bosman-arrest'. UEFA, waar blijven die Financial Fair Play-regels eigenlijk?

Als Jean-Marc Bosman zijn leven over zou mogen doen, zei hij dinsdag in de Volkskrant, zou hij de rechtsgang die hem beroemd maakte (resulterend in het ‘Bosman-arrest’ van 15 december 1995) niet nog eens maken. Dan was hij fijn voetballer gebleven en had een ander de strijd mogen aanbinden.

Nou, lekker dan. Zeventien jaar lang toegekeken hoe het voetbal steeds poeneriger en onsympathieker werd dankzij een Wallonische voetballer van het niveau Ard van Peppen; komt meneer vertellen dat het voor hemzelf ook niet zo fijn heeft uitgepakt.

In het kort: Jean-Marc Bosman wilde van Club Luik naar USL Dunkerque, maar de transfer dreigde af te ketsen omdat Luik een transfersom van drie ton eiste, terwijl zijn contract afliep en hij het loontje van een semi-prof had.

Bosman stapte naar de rechter en betoogde dat de eis van Luik in strijd was met het ‘Verdrag van Rome’, dat vrij verkeer van werknemers in de Europese Unie voorschrijft. Dat moest ook voor voetballers gelden, vond hij.

Hij won de zaak en zette het hele profvoetbal op zijn kop. Voortaan mocht elke speler die zijn contract had uitgediend ‘gratis weg’. Bovendien werd de ‘buitenlanderregel’ (maximaal drie per ploeg) onwettig en onhoudbaar.

Held

Onder voetballers werd Jean-Marc Bosman een held, die de beroepsgroep de totale macht op de transfermarkt bezorgde: wie zijn contract uitdiende, kon niet alleen ‘gratis weg’, maar kon (omdat de transfer niets kostte) ook een veel hoger salaris eisen van zijn nieuwe werkgever. Dat hebben we geweten.

Zelfs de clubs werden er - na de eerste paniek - alleen maar beter van: ze gingen spelers langlopende contracten aanbieden en torenhoge transfersommen eisen bij tussentijds vertrek, met een hysterische transfermarkt als gevolg.

Bosman zelf leeft tegenwoordig van een uitkering van 750 euro in een (dat wel) afbetaald huis in Wallonië. Er is wel eens een benefietwedstrijd voor hem georganiseerd; Mark van Bommel wil dat opnieuw doen.

“Iedereen profiteerde”, verzucht Bosman, “behalve ik.”

Daar zou ik graag een groep aan toevoegen: ik profiteerde ook niet. De supporters waren na ‘Bosman’ de lul, net als de martelaar zelf.

Van een uitkering als die van Bosman kon je vroeger best naar het voetbal. Nu nauwelijks nog, want de knotsgekke spelerssalarissen moeten betaald en de club moet geld hebben om te shoppen op de dolgedraaide transfermarkt.

Slaven

Zuiver inhoudelijk kun je Jean-Marc Bosman slechts een strijder voor rechtvaardigheid vinden: in het oude transfersysteem waren voetballers gegijzelden. Slaven of vee, zelfs zónder contract eigendom van hun clubs. Natúúrlijk moest dat stoppen.

Dat de spelers een grotere hap uit de ruif nemen dan vroeger, juich ik op zichzelf ook toe. Voetbal is nu eenmaal populair, er gaat veel geld in om en dat zie ik liever naar de spelers gaan dan naar directeuren en zaakwaarnemers, zoals ik ook hoop dat de muzikant rijk wordt van een wereldhit, en niet zijn manager en platenbaas.

Maar wat heeft hij, tegen wil en dank, veel kapot gemaakt, die Bosman.

Jarenlang keken we naar eredivisieteams die steeds meer op elkaar gingen lijken: vreemdelingenlegioenen waarin nauwelijks Nederlandse jongens speelden.

Dat verandert nu weer, maar we moeten wel bijdehandjes aanhoren die na drie goede wedstrijden naar buitenlandse clubs beginnen te lonken of (nog erger) op twintigjarige leeftijd beloven dat ze ‘in principe zeker tot de zomer’ zullen blijven. Toe maar.

Hondenogen

Door het Bosman-arrest hebben mijn voetbalvrienden en ik de voorbije zeventien jaar meermalen tegen elkaar gezegd: zo vind ik er geen reet meer aan. Ik begrijp Jean-Marc Bosman, maar het zou fijn zijn als hij ons ook een beetje begreep.

Dat miste ik in het interview van Willem Vissers. Bosman weet wat zijn rechtsgang heeft betekend voor de voetballers en zichzelf, maar wat vindt hij als liefhebber eigenlijk van het ‘post-Bosman’ voetbal? Ziet hij dat hij, behalve de transferslavernij, ook een deel van de voetbalcultuur heeft opgeblazen?

Op de foto naast het interview spreekt verdriet uit de bruine hondenogen van Jean-Marc Bosman. Misschien wilde Vissers hem niet nog verdrietiger maken.