Neemt Antoine van der Linden als bekerwinnaar afscheid van het profvoetbal? Hoe het ook uitpakt: zijn vreugdetranen brachten bezinning.

Waarom verdediger Antoine van der Linden ooit de bijnaam Twiek heeft gekregen zal ik wellicht nooit weten, maar daarentegen snap ik heel goed waarom de Heracles-aanvoerder donderdagavond op internet ‘topchef’, ‘eindbaas’ en ‘held’ werd genoemd.

Wat waren ze mooi: de tranen van Twiek. Eerder deze maand zagen we de tranen van Mark de Vries: ook dat waren de tranen van een voetbalveteraan, maar dan van verdriet. Twiek huilde van vreugde. We worden verwend deze maand: 2012 is op weg een van de beste voetbaltranenjaren ooit te worden.

In januari liet Van der Linden weten dat Heracles hem nog geen nieuwe aanbieding had gedaan en dat hij overwoog een punt te zetten achter zijn loopbaan als beroepsvoetballer. Twiek zal wat afgewoeld hebben, in bed.

En dan overkomt dit je, een week na je zesendertigste verjaardag. Schitterende 2-4 overwinning na een prachtige pot voetbal plus een zinderende verlenging. De bekerfinale! Op 8 april speelt Heracles hem voor het eerst in de clubhistorie; Twiek bereikte hem voor het eerst in zijn leven.

Janken

Toen scheidsrechter Liesveld na 120 minuten affloot, zag Van der Linden zichzelf misschien al heel even staan voor zijn geestesoog: hij, Twiek, die tijdens zijn afscheidstournee als profvoetballer de KNVB-beker toont aan 15.000 dolle Almeloërs in De Kuip, als aanvoerder van Heracles.

Op zo’n moment mag je even janken, al was het maar omdat nu eenmaal het risico bestaat dat die finale anders afloopt. Terwijl ik, veertig kilometer ten zuiden van het AZ-stadion, Twiek zag huilen van blijdschap welden twee van zijn vreugdetraantjes op in míjn ogen; heel wonderlijk was dat.

Het was prachtige televisie: de uitgelatenheid van Peter Bosz, doelman Telgenkamp die als eerste reactie even niet wist wat hij zeggen moest, matchwinner Bruns die voor de camera schattig bleu was (“dit is schitterend… denk ik”).

En voorzitter Jan Smit natuurlijk, de grote vriendelijke Shrek van Almelo, die soms wat onvermijdelijk kan wezen, maar nu aandoenlijk stond te glunderen. Ook hij wilde zó veel blije dingen zeggen dat hij de woorden nauwelijks kon vinden.

Warmte

De vreugde van Heracles stroomde als pure, menselijke warmte mijn huiskamer binnen, maar toch zat ik me tegelijkertijd ook kapot te schamen, omdat ik me wat dingen herinnerde die ik de laatste jaren over de KNVB-beker heb gezegd en geschreven.

Toen mijn favoriete vereniging hem in 2010 won, zei ik geërgerd dat men die Vergulde Dennenappel voor mijn part kon steken waar de zon niet schijnt. Ik zei dat voor mij alleen de landstitel telde. De beker noemde ik een surrogaat-, troost- dan wel flutprijs, waarvan mij de pis niet lauw werd.

Toen mijn favoriete club de bekerfinale van 2011 bereikte en verloor, haalde ik daar mijn schouders over op, om ongeveer dezelfde reden. Ik was er geen nanoseconde teleurgesteld over. Zei dat ik de beker irrelevant vond.

Voor die woorden schaam ik me nu: waarom zou de KNVB-beker te min zijn voor mij of mijn club? Waarom zo blasé? Kijk naar de tranen van Twiek en probeer dan nog eens met droge ogen te zeggen: de beker is onbelangrijk.

Arrogantie

Er wordt overigens bij wel meer clubs neergekeken op de beker. De andere finalist op 8 april werd een paar jaar geleden in De Kuip gesteund door amper één vakje meegereisde fans. Zo weinig animo voor een bekerfinale, bij zo’n grote club: ook dát is arrogantie. Die eigenschap komt kennelijk niet alleen in de hoofdstad van Nederland voor, maar ook in de hoofdstad van de gemeente Eindhoven.

In het AFAS Stadion bleven tijdens AZ - Heracles, halve finale in het nationale bekertoernooi, 6.354 stoelen leeg. Niet interessant genoeg, vond Alkmaar kennelijk, en alleen al daarom moest Heracles winnen: de club was er domweg enthousiaster over.

Ik kan de beker niet van het ene op het andere moment, op commando, weer een gewichtige prijs vinden. Maar ik beloof wel dat ik het ga proberen.

We gaan in relatietherapie, de KNVB-beker en ik, en dat komt allemaal door de tranen van Twiek. Ze hebben het Nederlandse voetbal mooier gemaakt.