Hij liep al een tijdje rond met het idee. Tuurlijk, hij moest wel eens een paar grijze haartjes bijkleuren en een paar rimpels laten wegstrijken – maar 45 was zo oud nog niet.

En hoe langer Mario Cipollini er over nadacht, hoe meer hij het zag zitten. Hij zou een comeback maken.

De Leeuwenkoning zou terugkeren in het peloton, alle aandacht zou weer voor hem zijn. Het enige dat hij nodig had was een ploeg, maar dat was slechts een formaliteit.

Dacht hij.

Mario is de afgelopen week van een koude kermis thuisgekomen. Zijn comeback-aankondiging werd met hoongelach ontvangen. Oud-Girowinnaar Francesco Moser meende dat het een grap was, ploegleiders schudden hun hoofd en de nieuwe generatie sprinters dacht: 'Mario Cipollini, wie was dat ook al weer?'

Luca Scinto, nota bene de baas van het team dat op Cipo-fietsen rijdt, zei dat Cipo niets te zoeken had in het peloton of in zijn ploeg. 'Zolang ik manager ben van dit team komt Cipollini er niet in.'

Zonnebankbruine veertiger

Het heeft iets treurigs, een zonnebankbruine veertiger die zo'n heimwee heeft naar zijn plaatsje in de schijnwerpers dat hij de klok een jaar of vijftien terug probeert te zetten. Hij wil het zo graag, maar het kan niet. Cipo is oud, uit, over de top. Zijn tijd is geweest.

Het was leuk. Vroeger. Zijn sprints, zijn fratsen en de geruchten dat hij na de koers de bloemen én de rondemiss mee naar huis nam. Alles deed hij voor de aandacht.

Hij trok een andere kleur broek aan (en betaalde met plezier de boetes die er in die tijd op stonden), hij liet een Playmate op zijn stuurpen schilderen, hij lag op het strand als de rest van het peloton door de Alpen of Pyreneeën ploeterde. Maar eens houdt het op. Je kunt niet eeuwig wielrenner blijven.

Cipo heeft last van het zwartegatsyndroom. Hij voelt zich nog steeds de Leeuwenkoning, hij denkt dat hij nog altijd die onverslaanbare sprinter is. Niet alleen op de fiets, maar ook daarnaast.

Hij gaat ervan uit dat hij nog steeds niet hoeft te betalen als hij in een restaurantje in Lucca eet, hij loopt nog altijd met tassen Gucci en Armani kledingwinkels uit zonder zijn creditcard te trekken. Hij parasiteert op zijn verleden. Vrienden heeft hij nauwelijks meer, zelfs bij de vrouwen is zijn succes tanende.

Hoogblonde Nederlandse

Een hoogblonde Nederlandse vertelde me dat ze vorig jaar in Toscane langs de kant van de weg stond te wachten op haar vriend. Er stopte een Ferrari. De deur aan de passagierskant zwaaide open. Toen ze naar binnen keek staarde ze recht in de niet te missen Prodentglimlach van Mooie Mario. Hij wenkte haar dat ze in moest stappen. Ze weigerde. Cipo schrok en trok op.

Na honderd meter stopte hij en reed hij achteruit terug. Hij deed de deur nog een keer open en vroeg: 'Wil je echt niet met me mee? Ik ben het, Mario Cipollini.' Ze haalde haar schouders op. Vertwijfeld reed Cipo de einder tegemoet.

Arme Cipo. Het peloton hoeft hem niet meer, zijn vrienden hoeven hem niet meer, de vrouwen hoeven hem niet meer. Zijn tijdperk is voorbij.

De Leeuwenkoning heeft geen onderdanen meer.