ZUTPHEN - Gymnastiekbond KNGU is voorbarig geweest in de keuze om Epke Zonderland aan te wijzen als deelnemer aan de Olympische Spelen ten koste van Jeffrey Wammes.

Dat heeft de rechter in Zutphen dinsdag bepaald naar aanleiding van een kort geding dat Wammes had aangespannen.

Wammes was naar de rechter gestapt omdat hij vond dat hij als enige aan de eisen voor olympische deelname had voldaan. Zonderland moet dit voorjaar nog vormbehoud tonen. Pas als dat gebeurd is, mag de KNGU van de rechter een keuze maken.

De KNGU had vier weken na het olympisch kwalificatietoernooi in Londen, waarin beide turners aan de internationale eis voldeden, gemeld dat de keuze was gevallen op Zonderland.

Het gehanteerde criterium - de kans op een medaille op de Spelen - sprak volgens de bond in het voordeel van Zonderland, die al twee keer zilver op rek pakte bij een WK.

Gemotiveerde keuze

Zonderland was er echter, in tegenstelling tot Wammes, niet in geslaagd vormbehoud te tonen. Hij moet op rek nog een keer een haalbare score van 14,500 halen waarmee zijn perspectief in feite niet verandert. Als hij eind maart in Cottbus, of later dit voorjaar bij de EK in Montpellier, die score haalt moet de bond van de rechter een 'gemotiveerde keuze' maken.

Wammes' advocaat Paul Scholten voerde twee weken geleden tijdens de zitting aan dat de bond zichzelf in de vingers had gesneden door een termijn van vier weken na het zogenoemde testevent in Londen aan te houden voor aanwijzing van de olympische kandidaat.

Voorbarigheid

De rechter erkende dat deze regel in strijd is met de door sportkoepel NOC*NSF gestelde uitgangspunten waarin nog wedstrijden in dit voorjaar staan vermeld als momenten waarop vormbehoud kan worden getoond.

''Bij deze kennelijke inconsistentie dient te worden uitgegaan van de 'hogere' regels uit de Algemene Uitgangspunten van NOC*NSF'', oordeelde de rechter, die daarom ook de bond voorbarigheid verweet.