De grootste ophef op de Winterspelen in Sankt Moritz (1928) ontstond rond de 10.000 meter. Door de invallende dooi werd de schaatsafstand na vier ritten afgelast. De organisatie stopte de wedstrijd toen Blomquist en Anderson tot aan hun enkels in het water wegzonken en rondetijden produceerden van ruim 51 seconden. De Amerikaan Jaffee, als eerste gestart en tot dan toe de beste tijd, tekende tevergeefs protest aan. (NU.nl)