Misschien zíjn Afrikaanse voetballers wel helemaal niet sneller en atletischer dan Finse of Oostenrijkse, maar hé: laten we het overzichtelijk houden.

Niet zo lang geleden promoveerde Jacco van Sterkenburg op een onderzoek naar etniciteit in de sportmedia. Hij bestudeerde het voetbalcommentaar van RTL Voetbal en kwam tot de conclusie dat het bol stond van stereotyperingen.

Zo viel hem op dat Surinaamse en Afrikaanse spelers vrijwel altijd worden beschreven in fysieke termen, met kracht en snelheid als insteek.

Bij spelers uit Latijnse culturen gaat het vaak over hartstocht en ego, met als impliciet oordeel dat die vaak groter zijn dan de tactische discipline.

Van Sterkenburg turfde wat elke voetballiefhebber al wist. ‘Donkere’ spelers zijn in de beleving van voetbalcommentatoren inderdaad vaak atleten met veel ritmegevoel in hun spel: veel talent, maar tactisch aan de onnozele kant.

Vreugde

Beelden van tribunes vol Afrikaanse fans ontlokken commentatoren niet zelden opmerkingen van het soort waar FIFA-baas Sepp Blatter in uitblinkt: wat een feest en wat een kleurenrijkdom, moet je toch eens kijken hoe veel vreugde voetbal de mensen hier brengt.

Van Sterkenburg bestudeerde voetbalcommentaar uit 2007-2008. Dezer dagen wordt er weer gespeeld om de Afrika Cup en kunnen we dus zelf vaststellen of er in de voorbije vijf jaar iets veranderd is.

Laat ik eerlijk zijn: ik heb geen idee. Ik heb nog geen minuut van die hele Afrika Cup gezien. Sterker nog, ik wist tot vanochtend niet eens dat het toernooi was begonnen. Misschien zegt dat ook wel iets: kennelijk neemt deze voetballiefhebber de Afrika Cup toch niet zo heel serieus.

Dat ik inmiddels wél weet dat de Afrika Cup is begonnen, is te danken aan een nieuwsberichtje waarop ik toevallig stuitte. Het ging niet over voetbal, maar over ratten: de nationale ploeg van Zambia blijkt in Equatoriaal Guinea in een hotel te zijn geplaatst waar een rattenplaag heerst. Tja. Afrika hè.

Tegenstellingen

Delicate vraag: komen de stereotyperingen van voetbalcommentatoren voort uit zoiets als racisme?

Mwah. Lijkt me niet. Voetbalcommentatoren houden nu eenmaal van stereotyperingen. Voetballiefhebbers trouwens ook. We herkennen in voetballers, elftallen en voetballanden graag karaktertrekken en culturele tegenstellingen van weleer: we bevéstigen liever de vertrouwde clichés dan dat we ze nuanceren of uit de weg ruimen, precies zoals we oubollige voetbaluitdrukkingen (knikkende knieën, op de stropdas, va banque!) liefdevol cultiveren en vooral niet uitbannen.

Dus heeft Brazilië de ‘samba’, strijden Duitsers altijd door tot de laatste minuut, zijn Feyenoorders arbeiders die graag de mouwen opstropen en ‘lange halen’ typisch Brits. In dat plaatje passen ook de atletische, met zijn hart spelende Afrikaan en de blije Afrikaanse supporter die op de voetbaltribune zijn hagelwitte tanden bloot lacht.

Als dat al ‘racistisch’ is, dan is het racistisch zoals Nederland dat in de jaren vijftig nog was: een niet-boosaardig, kneuterig dédain dat meer over ons zegt dan over Afrika.

Poenerig

In het poenerige, verzakelijkte en verkilde topvoetbal doen we nu eenmaal graag alsof het nog 1955 is: in supportersgesprekken naar aanleiding van Europacup-lotingen bestaat zelfs het Oostblok nog.

Oude waarden zijn een warm bad voor de voetballiefhebber. Voor een commentator is het nu eenmaal niet zo leuk om te constateren dat het tegenwoordig allemaal één pot nat is, met die FIFA-protocollen en mixed zones.

Het verklaart ook de Reviaanse cultstatus van commentator Evert ten Napel: “Kijk, die dekselse pingeldoos, zo leren ze het hier op het strand, met die blote voetjes in het zand van Copacabana. Dat vinden ze práchtig, hier in Rio.” Het zijn duidingen als Bob Ross-schilderijtjes: gezellig, geruststellend, vertrouwd.

Wanneer je iemand met een dergelijk gevoel voor sfeer naar de Afrika Cup stuurt, zijn opmerkingen over spiegeltjes en kraaltjes niet zo heel ver weg, dat realiseer ik me. Toch is het me op een vreemde manier dierbaar, dat naïeve culturele referentiekader van het voetbal, compleet met atletische Afrikanen en eeuwig blije Afrikaanse supporters.

Dat de sterren van de Afrika Cup ‘gewoon’ miljoenen verdienen in grote Europese competities en dat het toernooi ‘gewoon’ begon met supportersrellen (fans forceerden stadionhekken toen de kaartjescontrole ze te langzaam ging) - daar lullen we dus niet over, oké?