Steekpassjes, 'stiffies', schoten met buitenkant rechts en af en toe een elleboog... Van de trainer Jan Wouters krijg je schurende heimwee naar de speler.

Vroeger vond ik Jan Wouters stoer. Die boevenkop. Die borstelsnor, zoals voetballers die in de jaren tachtig die droegen. Die O-benen.

Dat geblokte lijf, dat een beetje aan de tors van Jerommeke uit Suske & Wiske deed denken. Jan Wouters was in de tweede helft van de jaren tachtig de kerel tussen de jochies van Ajax.

Tegenwoordig merk ik om me heen dat vooral zijn overtredingen en smerigheden onthouden zijn, zoals de elleboog waarmee hij Alex Pastoor van FC Volendam het licht uit de ogen stootte: voor het slachtoffer uit lopen, abrupt inhouden en páng, à la Lee Towers.

Of die andere elleboogstoot. Engeland - Nederland. Paul Gascoigne moest zijn gebroken jukbeenderen een tijdlang beschermen met een 'Phantom of the Opera'-masker; de Engelse kranten riepen Wouters tot 'Dutch thug' uit.

Stiffies

Jan Wouters was ook een erg goede voetballer, met een buitengewoon fijn schot, buitenkantje rechts. Hij kon ze heerlijk in de kruising maaien vanaf randje zestien. Ik herinner me dat hij in het seizoen 1989-1990 ineens veel scoorde met stiftballetjes: akelig subtiele 'stiffies', ook uit vrije trappen.

Zijn steekpassjes waren ook vaak van die gevoelige 'trekstoten': hij zag goed waar de gaten lagen. Het is geen toeval dat Jan Wouters één van de beroemdste steekpassjes uit de Oranje-geschiedenis gaf: 21 juni 1988 in het Volksparkstadion van Hamburg.

Angstig

Om al die redenen doen beelden van de nerveus en angstig uit zijn ogen kijkende trainer Jan Wouters pijn aan mijn ogen. Als oefenmeester oogt hij twee koppen kleiner.

Gisteren ook weer, in de samenvatting van Utrecht - Feyenoord: FC Utrecht deed het best keurig, maar toen de camera's inzoomden op Jan Wouters, langs de lijn voor Utrechtse dug-out, zag ik toch weer een zenuwachtig, bang dier met een bleek gelaat en grijze lippen, samengetrokken tot een dunne streep, waarlangs hij op gezette tijden nerveus zijn tong laat glijden, ter bevochtiging.

Jan Wouters lijkt me zo'n man die er op de bank doodnerveus van wordt dat hij het niet meer zélf mag doen, een man die als voetballer stoer en onverschrokken was, maar als trainer vooral bang om te verliezen: bang voor microfoons in persruimtes, bang voor camera's, bang voor vragen.

Het heeft hem ook niet meegezeten. Jan Wouters begón nergens als hoofdtrainer, maar liet zich altijd na een trainerscrisis naar het front sturen. Plichtsbesef of naïviteit...? Misschien een beetje van beide. In elk geval trof hij als hoofdtrainer steeds een toestand aan waar weinig chocola meer van te maken viel.

Rampseizoen 

Zo ging het bij Ajax (waar hij in een rampseizoen de geknakte Morten Olsen opvolgde en het tij niet wist te keren), maar vervolgens ook bij PSV (waar hij Ronald Koeman opvolgde om als 'interim' vervangen te worden door een níeuwe 'interim: Sef Vergoossen). Bij FC Utrecht is het ook niet bepaald crescendo gegaan vanaf het moment dat Wouters de opgestapte Erwin Koeman verving.

De vraag of in Jan Wouters wel een hoofdtrainer schuilt, drong zich al op toen in 2000 de ontluisterende documentaire Ajax: Daar hoorden zij engelen zingen verscheen. Jan Wouters, mompelend rondscharrelend tussen zijn manschappen in de kleedkamer van het Abe Lenstra Stadion: "Houd het veld klein... Kort bij elkaar... Voer je taak uit... Balbezit: doorbewegen... Op tijd diepte zoeken van achteruit..." - en niemand die naar hem luistert.

Na zijn drama bij Ajax liet Wouters zich ontvallen dat hij misschien wel nooit meer hoofdtrainer wilde worden, maar lekker in de schaduw als assistent zou blijven werken. Ik denk dat hij woord had moeten houden: kicksen aan, beetje meeballen, partijtje, hier en daar een schop uitdelen aan een joch dat naast zijn schoenen loopt.

Jan Wouters lijkt me een sergeant of luitenant: een onverschrokken groepsoudste en bevelhebber te velde. Geen kolonel. Op het veld straalde hij namelijk wél gezag uit en schrokken zijn teamgenoten zichtbaar wanneer hij ze iets toeblafte.

Als hij dan tóch hoofdtrainer wil blijven, moet in elk geval die snor terug.