BARUERI - De Nederlandse handbalsters zijn het wereldkampioenschap in Brazilië, belangrijk als springplank naar de Olympische Spelen, teleurstellend begonnen.

Oranje verloor het openingsduel in Barueri tegen Spanje, vooraf al bestempeld als een cruciale confrontatie in groep B, kansloos met 27-34. Bij rust leek er nog van alles mogelijk: 15-18.

In de aanloop naar het titeltoernooi in Zuid-Amerika maakte de selectie van bondscoach Henk Groener met regelmaat indruk door snel spel en frivole combinaties.

Hooggespannen

Mede daardoor waren de verwachting hooggespannen. Mogelijk te hoog. De Spaanse opponent kon zich zaterdag de nodige missers veroorloven, zonder op enig moment in de problemen te komen.

Nederland had moeite met de rol van gevaarlijke outsider, speelde slordig en werkte menig aanval te gehaast af. Dat leidde meteen tot een achterstand, die allengs groeide.

Slechts een paar keer zorgde een opleving tijdelijk voor enige hoop. Spanje liep vervolgens, aan de hand van de sterspeelsters Macarena Aguilar en Marta Mangué net zo gemakkelijk weer uit.

Machteloosheid

Oranje-routiniers als Maura Visser en Pearl van der Wissel, met respectievelijk vijf en zes treffers wel het productiefst, bleven te ver onder hun kunnen om een kentering te bewerkstelligen, Diane Lamein kon geen enkele bijdrage leveren.

De aanvankelijke onzekerheid en nervositeit veranderden in de tweede helft in machteloosheid en moedeloosheid.

Zenuwen

''We hebben de hele wedstrijd achter de feiten aangelopen'', gaf Groener na afloop volmondig toe.

''Heel veel dingen gingen niet goed. We zetten steeds een stapje te weinig en waren minder fel dan Spanje, misschien dat het zenuwen voor zo'n eerste wedstrijd waren. We zullen morgen moeten zorgen onszelf weer in het toernooi te spelen.''

Funest hoeft het verlies nog niet te zijn omdat vier van de zes ploegen uit de poule doorgaan naar de knock-outfase. Rusland versloeg Zuid-Korea met 39-24, Kazachstan was veel te sterk (37-9) voor Australië, de volgende tegenstander van Nederland.