AMSTERDAM - De eredivisieclubs hebben vorig seizoen fors bezuinigd op spelerssalarissen. Vijftien van de achttien clubs sneden gezamenlijk ruim twintig miljoen in de loonkosten, wat neerkomt op bijna tien procent van het budget.

Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad.

Twee seizoenen geleden werd het topniveau van een gemiddeld spelerssalaris bereikt met 362.000 euro. Vervolgens werd vooral door de topclubs flink gesaneerd.

Bezuinigingen

Feyenoord bezuinigde acht miljoen op zijn spelers, Ajax verlaagde de spelerssalarissen met 4,3 miljoen en PSV liet vijf van de zeven spelers die meer dan een miljoen euro per jaar verdienden vertrekken.

De spelers zelf hebben de lagere loonkosten maar te slikken. "Bij nieuwe contracten gaan de lonen soms wel 30 tot 40 procent omlaag", zegt Danny Hesp, voorzitter van de spelersvakbond VVCS. "Bij contractverlengingen sturen clubs aan op verlaging. Als een speler dat niet accepteert, kan hij vertrekken."

Uitzonderingen

FC Twente en Vitesse zijn uitzonderingen op de regel, daar stegen de salarissen de afgelopen jaren wel. Zo zijn bij Vitesse de personeelkosten vorig seizoen dankzij de investeringen van de Georgische eigenaar Merab Jordania met 4,7 miljoen euro opgelopen.

Ondanks de bezuinigingen leden tien van de vijftien clubs die tot nu toe hun resultaten over vorig seizoen hebben gepubliceerd, een gezamenlijk verlies van bijna 57 miljoen euro.