Excelsior - AZ moest worden gestaakt wegens de mist, maar de échte mistwedstrijd speelde zich af in Amsterdam. Net als in 1966.

Zoals een doeltreffende duikkopbal in Nederland altijd een ‘Bakhuysje’ zal heten, zullen beelden van wedstrijden in dichte mist altijd worden geassocieerd met dé mistwedstrijd: Ajax - Liverpool (5-1), 7 december 1966.

Het was het duel waarin Ajax zich voor het eerst als ontluikende Europese topploeg presenteerde.

Oudgedienden als Theo van Duivenbode, Klaas Nuninga, Bennie Muller en Henk Groot vormden het geraamte, maar de ploeg van de jonge trainer Rinus Michels stond na zeventien minuten met 2-0 voor door goals van de jongelingen Cees de Wolf (20) en Johan Cruijff (19). Door de dichte mist had geen mens ze gezien.

Zo kwam ik, toen ik Excelsior - AZ zag, toch weer bij Cruijff uit. Je doet er niks aan, dezer dagen.

Aardige man

De mistwedstrijd van 1966 was de aanleiding voor mijn enige uitgebreide ontmoeting met Cruijff, eind 2006. Ik werkte voor de Amsterdamse zender AT5 aan een uitzending over de mistwedstrijd, precies veertig jaar na dato.

We ontmoetten Cruijff bij het Olympisch Stadion, het theater van 1966, tegenwoordig thuisbasis van de Cruyff Foundation. Hij zei dat hij maar vijf minuten de tijd had, maar kuierde vervolgens anderhalf uur met ons over het veld. Joviale, aardige man.

Cruijff-gelovige was ik toen al niet meer. Ooit was dat anders, want in 1987 had Cruijff het voor mij ondenkbare gepresteerd: een Europese hoofdprijs winnen met Ajax.

Heilig

Als jongetje wist ik wel dat Cruijff met Ajax Europacups had gewonnen, maar dat was voor mijn tijd. Toen ík supporter werd, in de eerste helft van de jaren tachtig, was Europese glorie even ondenkbaar als een zonvakantie op Uranus.

Ajax vloog altijd in de eerste ronde ‘Europa’ uit: in voetbaltermen was ‘buitenlands’ haast synoniem voor ‘sterker dan wij’. Toen Ajax in Athene de Europacup II won, verklaarde ik Cruijff heilig en wist ik zeker dat ik die opvatting nooit zou herzien.

De eerste barstjes verschenen in 1995, toen Louis van Gaal met Ajax een nog veel imposanter prestatie leverde. Ik was twintig, had inmiddels wat kritisch vermogen opgebouwd en was verbijsterd door de zure reacties van Cruijff.

Rancune

Ajax had de Champions League gewonnen met een elftal vol zelfopgeleide spelers en fantastisch voetbal. Daar moest je als Ajacied toch op zijn minst een béétje blij om kunnen zijn? Cruijff was het niet.

Zaten achter die façade van aimabele jongensachtigheid en onaantastbare nonchalance dan toch kleingeestige emoties als rancune en jaloezie verscholen?

Mijn Cruijff-verering brokkelde daarna verder af, maar toen ik eind 2006 als 31-jarige met hem over het veld van het ‘Olympisch’ wandelde, was ik weer even gelovige, als een kind van elf dat tóch weer even in Sinterklaas gelooft op de dag van de intocht.

Oorlog

Anno 2011 hoor ik, als Ajacied, niet tot de rangen der Cruijffianen. Ik geloof niet in zijn competentie als beleidsmaker, ik geloof niet in zijn vermogen tot samenwerken, ik geloof niet in de mensen die hij naar voren schoof.

Als beleidsmaker heb ik Louis van Gaal veel hoger zitten, maar ach: dat is een meninkje, zoals iedereen er een heeft. Ze doen er in deze oorlog nauwelijks nog toe.

Wat resteert, is de pijn van een Ajacied die beelden voor zich ziet van Johan Cruijff, scheldend en tierend: “ik schrijf jullie kapot”, “jullie gaan er allemaal aan” en misschien zelfs “jij zit alleen maar in deze raad omdat je zwart bent.” Van de laatste uitspraak weet ik niet zeker of hij hem gedaan heeft; van de eerste twee helaas wel.

Staken

Een jongetje dat in 1987 huilde van geluk toen Ajax de Europacup-II won, wil dat niet horen, zoals je je ouders niet wilt zien neuken. Ik vind het inmiddels zelfs geen mooie televisie meer, de oorlogsverslaggeving uit de Arena. Ik wil alleen maar dat het stopt.

Was er maar een scheidsrechter die deze mistwedstrijd kon staken, zoals Excelsior - AZ: stilleggen tot de hemel is opgeklaard. Het is ijdele hoop. Mistwedstrijden waarin Johan Cruijff speelt, worden uitgespeeld, zelfs al ziet niemand nog iets.

Ook deze mistwedstrijd zal ooit mythisch zijn, wellicht. Wat ontbreekt, is de illusie dat Ajax hem gaat winnen.