TECHENDORF - Drama op Oostenrijks natuurijs. Ongeveer honderd Nederlandse toerschaatsers liepen vrijdag tijdens de alternatieve Elfstedentocht bevroren lichaamsdelen en andere zware kwetsuren op. Voor sommige deelnemers dreigt amputatie van vingers en tenen. De schaatstocht leverde ongeveer zeventig gewonden op.

Totaal waagden zich op de Weissensee 850 rijders aan de loodzware klus. Bij de start van de 200-kilometerrace vroor het om 07.00 uur 22 graden.

Flinterdunne broekjes

Volgens Paul Lieven, de leider van het zevenkoppige medisch team, was er bij veel schaatsers sprake van nonchalance, onderschatting en onoplettendheid. "Ik heb mensen gezien die in een flinterdun broekje van start gingen. Dat kan natuurlijk niet. Maar er waren ook schaatsers die geen goede skibril droegen. We hebben zeker twintig mensen met bevroren ogen moeten behandelen."

Lieven en zijn collega-artsen zagen de patiënten bij bosjes naar de wachtkamer van de medische tent komen. "Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Voorgaande jaren was het aantal uitvallers veel kleiner, maar toen waren de weersomstandigheden ook veel vriendelijker. Nu was het ijs keihard en zaten er ontelbare scheuren in. Daar werden veel mensen het slachtoffer van. Heupfracturen, knie- jukbeen- pols- sleutelbeenbreuken waren het gevolg."

Bevroren geslachtsdeel

"Totaal waren dat ongeveer zeventig gewonden", aldus Lieven. "Verder is er een schaatser met een zware hersenschudding per helikopter naar het ziekenhuis vervoerd." Eén totaal verkleumde rijder meldde zich zelfs met een bevroren geslachtsdeel in de medische post van de organisatie

Brandblaren

Hoeveel slachtoffers hun tenen of vingers kwijtraken kon Lieven niet zeggen. "Pas over een aantal dagen hebben we daar zicht op. Ik krijg de gewonden morgen weer op bezoek en dan moeten we de brandblaren eerst opnieuw behandelen. We moeten maar hopen op een goed herstel, al denk ik dat dat bij sommigen niet zal lukken"', verwacht Lieven.

De wedstrijdrijders hebben zaterdag het open Nederlands kampioenschap op het programma staan. De start bij de A-rijders vindt plaats om 12.00 uur. De finish van de koers over 100 kilometer is om 15.00 uur. In de periode vriest het niet veel: ongeveer 4 graden.

'Niet uitzonderlijk'

Aarth Koopmans, de voorzitter van de Stichting Winter Marathon (SWM), keek niet echt op van het grote aantal gewonden. "Het is niet uitzonderlijk. In 1991 vroor het nog harder, min 27 graden of zoiets. Toen waren de uitvalcijfers ongeveer hetzelfde", zei hij.

'Eigen schuld'

Volgens Koopmans zijn alle deelnemers vooraf nadrukkelijk gewaarschuwd voor de bittere kou. "Donderdagavond, tijdens de briefing, hebben we iedereen op dikke kleding en het gebruik van vaseline en zeemleren lappen gewezen. Voor de start hebben we die boodschap via de speaker ook steeds herhaald. Als de schaatsers dan toch zonder veel bescherming aan de tocht beginnen, is het hun eigen verantwoordelijkheid. Dan moeten ze het zelf maar weten. Eigen schuld, vind ik."

'Uitstel start was geen optie'

De meeste ongelukken deden zich voor in de ochtenduren, kort na de start om 07.00 uur bij 22 graden onder nul. "Uitstel van de start wegens de ijzige kou was geen optie", meende Koopmans. "Die schaatsers willen maar één ding: starten en rijden. Alleen als onze medische staf had aangegeven dat het beter zou zijn om later te vertrekken, hadden we dat in overweging kunnen nemen. Maar daar was nu geen sprake van. Zo extreem was het ook weer niet."

Koopmans: "Je moet de cijfers ook niet te zwaar nemen. Wij registreren echt alles wat er onderweg met de deelnemers gebeurt. Bij de Elfstedentocht in Friesland vallen ze ook bij bosjes om, maar die mensen keren vroegtijdig naar huis zonder vermelding van verwondingen of zo. Dus ik vind het allemaal nog wel meevallen."