Voetbal International heeft de Televizier-Ring gewonnen. Hahaha! Schitterend. Hun triomf is de triomf van alle voetbaljongens.

Niets is grappiger (of pijnlijker, die twee dingen overlappen elkaar vaak) dan een gezelschap voetballers dat verplicht feest moet vieren, omdat het nu eenmaal zo hoort, omdat het van ze verwacht wordt.

Een jaarlijks terugkerend voorbeeld is het duel om de Johan Cruijff-schaal, de prijs die geen voetballer interesseert en die ze dus altijd verdedigen met de vrij dodelijke woorden: “De Cruijff-schaal is óók een hoofdprijs.”

Ze krijgen het ding uitgereikt, medaille erbij, en moeten hun succes dan ritueel vieren op een erepodiumpje in de halfvolle Amsterdam Arena: in een kring, armen om elkaars schouders, tien seconden stompzinnig hossen, zoals dat gaat.

Hilarisch

Het ziet er altijd hilarisch uit, want voetballers zijn geen acteurs: ze kunnen alleen geloofwaardig feesten als ze de euforie werkelijk voelen. Ze zijn weinig overtuigend wanneer ze blij doen uit professioneel plichtsbesef.

Je ziet het ook op Open Dagen of Kids Club-feesten: de spelers moeten zich één voor één laten toejuichen (en daarna: polonaise!) alsof ze zojuist de Champions League hebben gewonnen. Boeren met kiespijn; waren we maar thuis.

Het voetbal is vergeven van nepfeestvreugde, en alleen al om die reden was het leuk dat Johan Derksen onverstoorbaar zijn rol van huismopperkont bleef spelen toen zijn voetbalouwehoerprogramma Voetbal International de Televizier-Ring won: “Dit is heel eervol, al spreekt het mij persoonlijk niet zo aan, omdat ik niet bij dat circus wil horen.”

Af en toe eens een speler of trainer die zoiets zegt, welke voetballiefhebber snakt er níet naar?

Zuinige bekkies

Het was al mooi dat de underdogs van VI niet op het Televiziergala aanwezig waren, maar gelijktijdig gewoon hun eigen uitzending hadden.

Daar zat het establishment van Hilversum in Carré: vooraf laatdunkend over VI gedaan, nu met zuinige bekkies applaudisserend voor de winnaar die wel iets beters te doen had. Voor zulke situaties is het werkwoord ‘zich verkneukelen’ uitgevonden.

Na afloop verzorgde Linda de Mol de slagroom op de taart door te verklaren dat de VI-zege ‘een enorme domper op de feestvreugde’ was, want The Voice Of Holland had natuurlijk moeten winnen. Heel even was ik ervan overtuigd dat ze geen botox nodig had gehad om net zo zuinig en onbewogen in de camera te gluren als Johan Derksen.

Fan

Ik kijk eerlijk gezegd nooit naar Voetbal International. Op zondagavond heb ik meestal wel weer genoeg slap over voetbal geouwehoerd, maar ik moet wel vaak lachen om de VI-hoogtepunten op YouTube. Ik ben fan op basis van de samenvattingen; dat is in het voetbal heel normaal.

Voetbal International behandelt de ‘voetballerij’ zoals je hem moet behandelen: gedurende de uitzending is voetbal het enige belangrijke onderwerp op aarde, maar dat betekent goddank nog niet dat je het serieus moet nemen.

VI was het lelijke eendje onder de genomineerden: klein team, klein zendertje, weinig pretentie. En dan op afstand de prijs aannemen, gekleed in een colbert met grassprietenmotief en een voetbaldas, en zeggen dat je het vooral leuk vindt voor al die ‘wijsneuzen’ die menen dat winst voor VI het ‘faillissement voor de Nederlandse tv’ betekent.

Dwarsheid

De hoofdrolspelers overgoten de prijs meteen met een tweekleurige vla van knorrige dwarsheid (Derksen) en uitgelaten Barry Hughes-jolijt (Genee, die écht blij was, dus niet ‘Cruijff-schaal-blij’). Compleet met rolfluitje.

VI bracht een scheutje punk terug in het voetbal, al kun je misschien beter spreken van een scheutje Fritz Korbach. Het voetbal zelf zou er wat vaker een voorbeeld aan moeten nemen, en dat knettersaaie Studio Voetbal trouwens ook.

En toen was er, overstemd door het feestgewoel vanuit de VI-studio, subtiele steun uit onverwachte hoek, live uit Carré. Je zág dat Mies Bouwman het meende toen ze tegen Derksen zei dat ze het hartstikke leuk vond, “juist omdat jij er geen barst aan vindt.”

Zo is dat. Met een prachtige botoxvrije lach toonde Mies zich honderdmaal groter dan Linda de Mol en kroonde ze zich tot de lievelingsoma van alle Nederlandse voetbaljongens.