In de American football-wereld stond men afgelopen weekeinde stil bij het overlijden van een van de kleurrijkste mensen die daar ooit aan het werk was: Al Davis.

De eigenaar van de Oakland Raiders overleed op 82-jarige leeftijd. Hij was, in alles wat hij deed, een man van eer en geweten.

Geboren uit een rijke, joodse familie aan de Amerikaanse oostkust, leerde hij de wetten van American football in de tijd dat hij, als nietige assistent op kleine scholen, met de sport te maken had.

Nooit had iemand van hem gehoord, maar ineens, toen hij 33 jaar was, werd hij aangesteld als hoofdcoach in de American Football League (AFL).

Hij woonde toen al in Californië en had zich een levensstijl aangemeten die voor buitenstaanders vreemd en heel vaak controversieel was. Hijzelf noemde het ‘duidelijk’.

Hard en eerlijk

Davis koos ervoor zijn kleding simpel en zwart te houden. Hij kamde zijn haar altijd strak naar achteren en hij droeg vrijwel altijd een zonnebril, volgens sommigen ook als hij sliep.

Gesprekken met hem waren vaak kort en zakelijk; hij hield niet van opsmuk, was hard en vaak eerlijk en hij was zeker niet bevooroordeeld in alles dat hij deed.

Omdat hij uit een joodse familie stamde, wist hij hoe ‘een licht gevoel van racisme’ aanvoelde. Nooit sprak hij daar openlijk over, maar hij liet wel doorschijnen dat zijn jeugd in New York hem bepaalde waarden meegegeven had die hij later uitbouwde als ‘typisch’ Al Davis.

Zo weigerde hij, in de jaren zestig, tweemaal een wedstrijd te spelen in Birmingham, Alabama en New Orleans, Louisiana. De reden was simpel: in die steden en staten heerste nog geen openlijke rassengelijkheid en daar hoefde hij dus ook niet te spelen met zijn ploegen. Simpel.

Discussie was niet mogelijk: hij verplaatste de wedstrijden gewoon: van Alabama naar Oakland, van New Orleans naar Houston. In de bijna vijftig jaar dat hij zich bezighield met American football op professioneel niveau nam hij diverse posities in. Hij was coach, mede-eigenaar van de club, general manager en commissioner van de AFL.

Vaste gezegden

Hij stond bekend als een harde onderhandelaar, maar zijn deals leverden vaak, op de lange termijn, succes op. Zijn Raiders wonnen driemaal de Super Bowl, vaak op een keiharde, spectaculaire manier.

In de Amerikaanse sportwereld staat het spel van de Raiders nog altijd voor hard, onbuigzaam en bepaald niet lief.

De kleuren van de club, zwart en zilver, werden nooit aangepast, net zomin als het clubwapen, door Davis zelf bedacht.

Hij had een aantal vaste gezegden, zoals Just win, baby en Once a Raider, always a Raider. Met het eerste gezegde werd hij flink gepest in de tijd dat zijn ploegen verloren, het tweede gezegde kreeg veel meer vorm toen bleek dat Davis altijd en zonder publiciteit, alle, ja alle, ex-spelers van de Raiders ‘sociaal’ bij bleef staan, ook al waren ze al jaren met spelerspensioen.

Zes jaar geleden verkocht hij een deel van zijn aandelen voor 150 miljoen dollar, om ‘een beetje van zijn oude dag te kunnen genieten’. Hij zei toen ook: “Ik stap pas uit het football als ik nog twee Super Bowls heb gewonnen of als ik dood ga.”

Rechtlijnig

Het werd het laatste. Afgelopen zondag speelden de Raiders met een sticker op hun helm met het woord 'Al'. De ploeg won de moeilijke uitwedstrijd tegen Houston, 20-25.

In alle stadions waar NFL-wedstrijden werden gespeeld, werd een minuut stilte in acht genomen en necrologieën en herinneringen werden in elk televisiesportprogramma in de Verenigde Staten ruim plaats gegeven.

Al Davis was geen gewone eigenaar of general manager. Er waren mensen die hem een niet eens verlicht despoot noemden, anderen zeiden dat hij een gladjakker was en weer anderen prezen zijn rechtlijnige manier van denken, doen en werken.

Waar, zo lijkt het, ieder levend wezen wel eens water bij welke wijn dan ook doet, kwam dat bij Davis niet voor. Hij verhuisde, omdat hij vond dat het goed was voor zijn organisatie, zijn ploeg van Oakland naar Los Angeles en toen hij de slappe zakmentaliteit van LA zat was, verhuisde hij een flink decennium later even hard terug. Hij maakte wel uit waar zijn ploeg speelde: dat deed de NFL niet, laat staan de politiek.

Nagelbijter

Hij kocht en verkocht spelers en coaches naar hartenlust en trok bijna altijd aan het langste eind. Hij stond voor zijn mening, was kort door de bocht en…hij was de grootste nagelbijter die ik ooit tegenkwam in de sport. Als hij een afwijking had, of noem het een onhebbelijkheid, dan was het wel dat hij altijd aan zijn nagels kloof.

Hij maalde daar niet om. De Amerikaanse sportwereld verloor een schilderachtige, karaktersterke man die nooit opzij stapte voor wie of wat dan ook.