Je zou maar een prullenbak zijn. Ben je mooi de pineut. Vooral als je afgelopen zaterdag een paar honderd meter na de finishlijn van het WK-parcours in Kopenhagen stond.

Je zou bibberen en beven, de hele dag lang. Je zou denken aan het lot van de prullenbakken in Stuttgart, Varese, Mendrisio en Geelong. Je zou bidden - o lieve God, Allah, Boeddha, o Grote Weet-ik-veel-wie-of-wat! - dat Marianne Vos deze keer wel wereldkampioen zou worden.

Dat werd ze niet. Ik weet niet hoe het is afgelopen met de Kopenhaagse prullenbak die een paar honderd meter na de streep stond te beven, maar ik vrees het ergste. Deuken, butsen, krassen - misschien zelfs wel een enkeltje schroothoop. Arm ding.

Verlegen glimlach

Ze lijkt zo lief, die Marianne. Een meisje van een kilo of vijftig, met een krullen en een verlegen glimlach. Intelligent. Attent. Charmant. Ze spreekt met twee woorden, ze eet met mes en vork en ze zegt u tegen oudere mensen.

Een schatje is het. Maar alleen als ze wint. Gelukkig doet ze dat vaak. Want niet winnen is een ramp. Een catastrofe. Het einde van de wereld. Marianne háát verliezen.

Prullenbakken in elkaar hakken, dat is iets voor grote lompe kerels. Voor hooligans. Voor Mike Tysons. Voor Sven Kramer nadat hij zijn olympische tien kilometer had verprutst. Maar ook voor Marianne Vos. Als klein meisje reageerde ze haar woede al af op vuilnisbakken langs de kant van de weg als ze onverhoopt een keertje niet had gewonnen.

Demonen

Ze smeet met haar helm. Ze at haar handschoentjes op. Ze gilde haar longen binnenstebuiten. De papa's en de mama's van de andere wielrenners en wielrensters keken met ogen zo groot als pingpongballen naar dat kleine meisje en haar demonen. Haar eigen papa en mama net zo goed: zo hadden ze haar niet opgevoed.

Tegenwoordig heeft ze aangeleerd een stukje door te fietsen na de finish als ze niet heeft gewonnen. Dan kan ze tenminste in haar uppie afkoelen, een paar honderd meter verderop. Bij voorkeur in gezelschap van iets wat kapot kan - of op z'n minst een beetje kan butsen of deuken.

Tuurlijk, je mag geen dingen slopen. Maar Mariannes haat om te verliezen is schitterend. De pure weerzin tegen de nederlaag - dat zouden meer sportmensen moeten hebben.

Kijk naar de manier waarop ze zaterdagmiddag over de finish rolde: de armen in een spasme, de stembanden op standje scheurende trommelvliezen, het begin van een tranendal achter haar brillenglazen.

Stil plekje

Ze wist meteen dat ze er nog dagen, weken, maanden - zo niet jaren pijn in haar hart van zou hebben. Na de streep reed ze door, op zoek naar een stil plekje en een prullenbak. Vijf keer achter elkaar tweede, het zou verboden moeten worden.

Met het jaar wordt de hunkering naar wraak groter; elk jaar groeit de weerzin tegen verliezen op het WK. Marianne zal volgend jaar in Valkenburg nóg harder op zoek gaan naar de regenboogtrui. Gaat haar lukken. Moet wel. En zo niet, dan een tip aan alle prullenbakken in de buurt van de Cauberg: ren, voordat het te laat is.