Usain vertrok alvast. Zijn tegenstanders zaten nog in de blokken, de starter had de trekker nog niet overgehaald, maar de snelste man ooit begon al aan zijn honderd meter.

Verder dan drie stappen kwam hij niet – alleen de hemel heeft het recht om te bliksemen voor de knal.

Ik heb het filmpje van de valse start van Usain Bolt tientallen keren teruggekeken. En hoe meer ik het zag, hoe minder ik er van geloofde.

Het was geen ongelukje. Het was geen black-out. Het was geen vlaag van verstandsverbijstering. Hij deed het expres.

Popster

Bolt is dit jaar geen schim van de bliksem die hij in 2008 en 2009 was. Hij heeft tijdens de afgelopen winter vooral getraind op zijn dance moves in de hipste clubs van de wereld, hij is van de ene blessure in de andere gesukkeld en hij werd door zijn sponsor heen en weer gesleurd tussen persconferenties en handtekeningensessies.

Hij leefde als een popster, niet als een atleet. Meer dan een handvol wedstrijden liep hij niet. Confrontaties met zijn grootste concurrenten ging hij zo veel mogelijk uit de weg. Beter niet meedoen dan verliezen; zijn onaantastbare status moest koste wat kost behouden blijven.

Maar de WK atletiek in Daegu kon hij niet zomaar overslaan, al was het alleen al vanwege het contract met zijn sponsor.

Bloed

Hij voelde de hete adem van zijn tegenstanders in zijn nek. In trainingen liepen zijn jonge landgenoten hem soms al voorbij. Hij hoopte dat het onoverwinnelijke gevoel zou terugkeren tijdens het toernooi in Zuid-Korea, maar dat gebeurde niet.

In de series en de halve finale liep hij alsof hij een zak aardappelen op zijn rug meetorste. Hij kon voor en na de races zoveel coole danspasjes doen als hij wilde, maar zijn concurrenten roken bloed.

Voor het eerst in lange tijd was Usain Bolt te pakken. In de finale van het WK nog wel, voor het oog van de wereld. En als dat zou lukken op de WK, waarom dan ook niet op de Olympische Spelen van volgend jaar?

Als het onaantastbare imago van Bolt een keer aan gruzels gelopen kon worden, dan was het nu.

Pruillipje

Bolt was nerveus. Ten einde raad misschien wel. Verliezen was geen optie. Genoegen nemen met zilver of brons? No way. Onder geen enkele voorwaarde.

Maar hij kon niet meer terug. Hij stond al de finale. Er zat maar één ding op. Te vroeg vertrekken.

Draai het filmpje nog maar eens af. Zie hoe hij veel te vroeg uit de startblokken komt. Zo vroeg dat hij zeker weet dat hij wordt gediskwalificeerd. Kijk hoe overtuigd hij ervan is dat hij eruit geschoten wordt.

Hij weet het al voordat de tweede knal komt: hij kijkt niet eens om zich heen, hopend en smekend dat het iemand anders was, maar hij trekt meteen zijn shirt uit en loopt de baan af.

Niet naar de kleedkamers, maar linea recta naar de mixed zone, waar hij voor de camera’s een kijk-mij-eens-teleurgesteld-zijn-act opvoert. Beetje stampvoeten, pruillip erbij, en klaar is Usain. Weer niet verloren. Ego ongeschonden. En hij heeft nog een jaar om zijn bliksem terug te vinden.

Die valse start van Bolt, dat was geen valse start. Het was een valse valse start.