Een blauwgele trui. Een blauwgele broek. Blauwgele sokjes. En een blauwgele fiets. Marc de Maar heeft het helemaal voor elkaar. Hij rijdt in de Vuelta a España rond in de kleuren van zijn nieuwe fietsland: de Nederlandse Antillen. Als de wielerkampioen van een groepje eilanden in de Caribische Zee.

Elf man deden er mee aan het Antilliaans Kampioenschap Wielrennen. Drie van hen haalden de eindstreep niet. Die ruilden hun bidon met dorstlesser na één rondje eiland met veel plezier in voor een piña colada onder een palmboom.

Van de andere zeven nobele onbekenden had Marc ook niet veel te duchten. Zoals hij zelf zei: 'Het gevaarlijkste waren al die kuilen in de weg.'

Hij won met een minuut of vijf voorsprong op de nummer twee. Dat hadden er ook twintig geweest kunnen zijn als hij had gewild. En o ja, de tijdrit won hij met anderhalve week voorsprong.

Maar de houtjetouwtje-tegenstand doet niets af aan zijn prestaties. Winnen is winnen. En vooral: een kampioenstrui is een kampioenstrui.

Truien

In wielrennen draait het maar om één ding: truien. Gele truien, roze truien, bolletjestruien, groene truien, rode truien, witte truien, pimpelpaarsepuntentruien. Maar de mooiste truien zijn kampioenstruien.

Die mag je namelijk het hele jaar aan. Dag in, dag uit; koers in, koers uit. Niet in dat saaie pak waar al je teamgenoten ook in rond fietsen, maar in een kek shirtje in de kleuren van je eigen land. Als held van een natie. Als uithangbord van een volk.

Een jaar paraderen in een kampioenstrui – daar verkoopt de gemiddelde wielrenner met alle liefde zijn moeder voor. Maar Marc verkocht zijn moeder niet. In plaats daarvan vloog hij naar de andere kant van de wereld.

Import

Marc de Maar is import-Antilliaan. Anderhalf jaar geleden vroeg hij een Antilliaans paspoort aan. Die kreeg hij, zonder al te veel problemen. Een paar papiertjes invullen, wat belangrijke mensen paaien, en huup-huup-barbatruc: Marc was officieel Antilliaan.

Het klinkt nogal clownesk, maar eigenlijk is het heel logisch: het is een win-win-situatie. De Nederlandse Antillen hebben ineens een wielrenner die meedoet in de Vuelta, Marc heeft zijn kansen op een ticket voor de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap vertienvoudigd.

En bovendien heeft hij een blauw met gele trui cadeau gekregen bij zijn nieuwe identiteit. Hij is niet langer zomaar een Nederlandse wielrenner; hij is een kampioen.

Economie

Hij is niet op zijn achterhoofd gevallen, die Marc. Zijn keuze voor de Antillen is een schitterend staaltje economie voor gevorderden: minimale inspanning, maximaal resultaat. Even een stel verdwaalde eilandbewoners door de gehaktmolen draaien en vervolgens het hele jaar in een kampioenstrui.

Net als Thor Hushovd. Net als Philippe Gilbert. Net als Titi Voeckler. Maar dan in de tropische versie. Een paar rondjes eiland, de handen in de lucht en daarna aan de piña colada onder de palmboom.

Ik denk dat ik maar eens ga informeren of Tuvalu nog een wielrenner nodig heeft.