Waar zou de Nederlandse voetbaljournalistiek zijn zonder De Telegraaf? Balgevoel-columnist Menno Pot zou graag in dienst treden van de krant van wakker Nederland.

Ooit, in een ver verleden, ergerde ik me wel eens aan de voetbalverslaggeving in De Telegraaf. Dan wond ik me op over de premature berichtgeving, de vrij schaamteloze subjectiviteit en populistische toon.

Dat ben ik gaandeweg toch anders gaan zien. Zonder De Telegraaf zou de smeuïgheid ver te zoeken zijn in de Nederlandse voetbaljournalistiek. Sterker nog: ik ben langzaam maar zeker fan geworden van Telesport en dan met name van Valentijn Driessen.

Ling

Voorbeeldje. Deze week stemde de raad van commissarissen van Ajax tégen de aanstelling van Tscheu La Ling als directeur. Je zou zeggen: dat kan gebeuren, binnen een bedrijf. Nou, dan heb je De Telegraaf nog niet gelezen.

Eerst verscheen een prachtig nieuwsbericht (‘van onze Telesportredactie’) en daarna legde Valentijn Driessen in een column nog eens kalm, analytisch en genuanceerd uit hoe het precies zit met Cruijff, Ling en de dwarsliggende Ajax-commissarissen. Genieten.

Kleur bekennen

De Telegraaf gelooft niet zo in objectiviteit en journalistieke distantie. Kleur bekennen is het devies: bevlogen journalistiek vanuit een overtuiging. Ook Valentijn Driessen is een exponent van die Telegraaf-traditie, die teruggaat tot 1940.

Ik koester de diepe wens om toe te treden tot de Telesport-redactie. Daarom volgt hieronder, bij wijze van sollicitatie, mijn nieuwsbericht over de finale van de Copa America, dat de Telesport-redactie er hopelijk van kan overtuigen dat ik aan de eisen voldoe.

Ik weet het, het is brutaal om mijn wekelijkse plekje op NUsport.nl te misbruiken voor dergelijk gehengel. Sorry. Mijn ambitie is groter dan mijn fatsoen. Dat feit alleen al maakt mij, naar mijn bescheiden mening, een gedroomde Telesport-redacteur.

Kopsuggestie: LAF PARAGUAY ZIET STERRETJES

Van onze Telesportredactie
Uruguay heeft op overtuigende wijze laten zien dat de Copa America niet thuishoort op het morsige, onderontwikkelde lapje grond dat Paraguay wordt genoemd.

Door doelpunten van Luis Suárez en twee treffers van Diego Forlán werd het gelukkig 3-0 in de finale in Buenos Aires. En terecht. De niet al te snuggere Paraguayanen kregen slechts lullige verliezersmedailles in hun groezelige vingertjes gedrukt, die ze bij aankomst op het ‘vliegveld’ van hun ‘hoofdstad’ Asunción aan hun ongeletterde landgenoten mogen tonen.

Terwijl Uruguay, het meest ontwikkelde land van Latijns-Amerika, het favoriete Argentinië met veel vertoon van macht elimineerde, rommelde Paraguay zich met vijf laffe gelijkspelletjes naar de eindstrijd, telkens weer als een aal door de mazen van de reglementen glippend. Het bewijst onomstotelijk dat Paraguay een voetbalnatie zonder enig zelfrespect is.

Leugentje

Tijdens het toernooi keken Paraguayaanse media niet op een leugentje meer of minder. Zo beweerde de propagandamachine dat Paraguay Brazilië uitschakelde, terwijl Brazilië feitelijk zichzélf uitschakelde door een astronomisch aantal strafschoppen te missen.

Of het Braziliaanse onvermogen in de penaltyserie iets te maken had met de onwelriekendheid van de Paraguayaanse supporters op de tribunes is niet bekend. Met Paraguayaans talent had het in elk geval niets te maken.

Volgens betrouwbare bronnen van de redactie is achterbaksheid het handelsmerk van de gemiddelde Paraguayaan. Daar komt nog bij dat slechts de helft van de wegen in Paraguay geasfalteerd is. De rest van de ‘wegen’ zijn zandpaden, die bij zware regenval veranderen in kolkende rivieren van modder en slib.

Te heet

In de droge zomer kan het in Paraguay van de weeromstuit 50 graden Celsius worden, wat niet alleen illustreert dat in Paraguay zelfs het weer maar wat aanklooit maar ook meteen verklaart waarom de munteenheid (de volstrekt niet serieus te nemen guaraní) zo zacht is als te lang gekookte prei: voor werken is het er vaak domweg te heet. Voor fatsoenlijk voetbal blijkbaar ook.

Het was een kleine ramp voor het voetbal geweest als dit ‘land’ een prestigieuze voetbalbokaal als de Copa America mee de rimboe in had mogen nemen, maar tot opluchting van de hele wereld staken Suárez en Forlán daar een spreekwoordelijk stokje voor.