Hij stapte bij ons binnen als een rustige, maar niet verlegen jonge vent, vanuit Zoetermeer. Hij zag Alphense Boys als een kans en wist dat onze vereniging een nieuw gezicht kreeg; door de ontwikkeling van de gemeente nam het aantal leden van Marokkaanse en Turkse komaf sterk toe.

Mohammed Allach wilde wel eens weten hoe wij daar mee om zouden gaan. Hij had zijn moeder bij zich en een broer, herinner ik me, bij een van zijn eerste wedstrijden in het eerste.

Daarop had-ie een tijdje moeten wachten. Mo was wel goed, zagen we al gauw, maar speelde nog onrustig, al was-ie erg gretig. Mo werkte echter nadrukkelijk aan zichzelf. Als hij vanwege zijn sociaalpedagogische studie de gebruikelijke trainingsavonden moest overslaan, haalde hij die uren op woensdagmiddag of zaterdagmorgen in.

Hij knokte voor een basisplaats en hij verdiende ‘m ook. Mo Allach is altijd rustig gebleven binnen onze club, maar niet verlegen. En ook niet te ambitieus. Hij trainde om het hoogste te bereiken, hij leerde om te zien tot waar hij maatschappelijk zou reiken. Hij was een van de leden en toch een beetje meer dan dat.

Kleurrijke vereniging

Allach kwam op voor andere, jonge leden die hun weg in Alphen moesten zien te vinden. Hij ondersteunde hen, maar bekritiseerde ze ook. Zodoende werd hij een van de mensen die Alphense Boys tot een, letterlijk, kleurrijke vereniging heeft gemaakt.

Het stond vast dat hij ons snel zou verlaten toen ik Feyenoordscout Frans Bouwmeester tipte. Hij nam hem mee naar Excelsior, later mocht Mo zelfs opdraven bij Feyenoord en weer daarna bij FC Groningen. Mohammed Allach veroverde met zijn instelling aanvankelijk iedereen, later werd-ie ook eigenwijs genoemd, een wereldverbeteraar, een dominee en kreeg-ie onenigheid met trainers en medespelers.

Hij zei, zoals ook bij de Boys, altijd wat-ie dacht. Soms is het beter dat niet te doen. Bij FC Groningen deed hij te mondig en speelde hij niet goed genoeg, maar via FC Dordrecht, FC Twente en VVV vocht hij zich terug. Hij kwam tot bijna 250 competitiewedstrijden in ere- en eerste divisie.

Gigantische inhaalrace

Bij VVV werd hij technisch directeur, bij FC Twente manager voetbalzaken en directeur bij RKC. Toen die club (weer eens) failliet dreigde te gaan, klom Mo op de barricaden en bleek er ook in Waalwijk leven na de dood. RKC degradeerde, maar werd na een gigantische inhaalrace kampioen van de Jupiler League.

Trainer Ruud Brood roemde direct na het laatste fluitsignaal van het seizoen 2010/2011 zijn directie, Justin Goetzee en Mohammed Allach. Toen kort daarna Mo verklaarde zich - ondanks het succes - op zijn toekomst te beraden wist ik dat hij zou opstappen.

Te weinig perspectief, te veel financiële problemen, te weinig hoop op een betere toekomst en dus weer een seizoen rommelen in de marge voor de boeg.

Via de voordeur

Dat na die doodsstrijd die zo kort geleden was gestreden. Mo stopte inderdaad. Het is geen vlucht. Het is realiteitszin. Mo wilde hogerop met RKC, maar RKC kan dat niet en elkaar aan het lijntje houden leidt later tot een echte breuk.

Mohammed Allach maakte bewust ruimte voor anderen en nam afscheid via de voordeur, precies zoals ik hem ken. Hij is lastig, hij is dominant, hij is eerlijk en hij is goed. Mohammed Allach is toe aan een ambitieuze subtopper in de eredivisie.