DUBLIN - Trainer André Villas-Boas heeft woensdagavond met FC Porto geschiedenis geschreven. Dankzij een benauwde zege op SC Braga (1-0) kroonde hij zichzelf tot de jongste coach die een Europese beker veroverde.

Met 33 jaar en 213 dagen loste hij de Italiaan Gianluca Vialli bij Chelsea in 1998 af (33 jaar en 308 dagen).

De Colombiaanse topschutter Radamel Falcao besliste de teleurstellende finale vlak voor de rust.

Braga had bij de aftrap in de sfeervolle Dublin Arena niets te verliezen. Porto was de torenhoge favoriet. De ploeg van coach André Villas-Boas veroverde in het afgelopen seizoen ongeslagen de Portugese titel, met Braga op liefst 38 punten op de vierde plaats.

Porto plaatste zich ook voor de nationale bekerfinale, die nog op het programma staat. Op weg naar de finale in de Europa League schakelde de Portugese kampioen prominente ploegen als Sevilla, CSKA Moskou, Spartak Moskou en Villarreal uit.

Behoudend

De ploeg van Falcao kon de hoge verwachtingen in de eerste helft, met liefst veertien Zuid-Amerikanen aan beide kanten in actie, allesbehalve waarmaken.

De ploeg van Villas-Boas speelde nogal behoudend, geheel tegen de aanvallende natuur van de jonge coach in. Na zeven minuten toonde Hulk nog wel zijn kwaliteiten. Zijn schot na een sterke solo vloog net voorlangs.

De eerste kans in de wedstrijd was voor Braga, dat Custodio in de vierde minuut zag naast schieten. Daarna was de ploeg van trainer Domingos Paciencia (oud-international van Porto) tot aan de rust amper gevaarllijk.

Trefzeker

De underdog dacht met 0-0 de kleedkamer in te kunnen gaan, maar de defensie verkeek zich vlak voor de pauze op een scherpe voorzet van Fredy Guarin. Geheel vrijstaand kopte Falcao trefzeker in, 1-0. Het was zijn zeventiende treffer dit seizoen in Europees verband, een indrukwekkend record.

De tweede helft begon met een droomkans voor invaller Mossoro. De Braziliaan profiteerde van een verdedigingsfout, maar kwam alleen voor doelman Helton niet langs diens uitgestoken voet. Braga bleef na die pijnlijke misser aandringen, maar miste de individuele klasse om de defensie van Porto te ontrafelen.

Zonder te imponeren speelde Porto de finale uit. De eerste Europese trofee sinds de titel in de Champions League in 2004, onder José Mourinho, kwam in de slotfase niet meer in gevaar.