AMSTERDAM - Real Madrid heeft daags na de zege op FC Barcelona in de finale van de Copa del Rey in de competitie kinderlijk eenvoudig gewonnen bij Valencia. Coach José Mourinho begon in Mestalla met een 'B-elftal'. Desondanks won de Koninklijke met 3-6.

Van het basiselftal in de bekerfinale begonnen in de Sinaasappelstad alleen doelman Iker Casillas en verdediger Ricardo Carvalho. Het niveau van Real leed daar echter niet onder.

Achtereenvolgens Karim Benzema, Gonzalo Higuain, Kaka en opnieuw Higuain zorgden tussen de 23e en 42e minuut voor de ruststand van 0-4.

Maduro

Valencia, met Hedwiges Maduro in de basis, probeerde na de rust de eer te redden, maar toen Real ook maar even aanzette, was het Higuain die met zijn derde treffer de score uitbreidde.

Roberto Soldado deed na een uur spelen iets terug, maar nog geen twee minuten later was het 1-6 via Kaka. Voor een deel van het thuispubliek het sein om te vertrekken. Maduro zat op dat moment al in de kleedkamer.

Toen Mourinho ruim twintig minuten voor het einde Cristiano Ronaldo in de ploeg bracht zag het er even naar uit dat de Madrilenen op zoek gingen naar een monsterscore. 

Dragelijker

Het was echter Valencia dat de stand via Jonas en Jordi Alba iets dragelijker maakte. Omdat 'Los Merengues' in de slotfase niet meer tot scoren kwamen, bleeft het bij 3-6.

Real Madrid verkleint de achterstand op koploper Barcelona door de zege tot vijf punten. De ploeg van coach Josep Guardiola heeft nog wel een wedstrijd tegoed en speelt later op de avond tegen Osasuna.

Barcelona

De zege hielp Real Madrid niet veel verder in de strijd om de landstitel. FC Barcelona was later op de avond in eigen huis met 2-0 te sterk voor laagvlieger Osasuna. 

David Villa gleed in de 23e minuut een voorzet van Jeffren binnen. Het betekende de eerste goal in elf duels voor de spits. Lionel Messi maakte in de 87e minuut de tweede goal.

Afellay

Ibrahim Afellay speelde de hele wedstrijd voor Barcelona, dat net als Madrid zonder de grootste spelers speelde. Messi, Xavi en Andres Iniesta vielen in de tweede helft nog wel in. Toen stond het al 1-0, maar Barça kon de wedstrijd vervolgens maar niet beslissen.

Osasuna, dat twee punten boven de degradatiestreep bivakkeert, kreeg zelfs behoorlijke kansen om terug te komen in de wedstrijd. Zover liet Barcelona het echter niet komen. Messi rondde in de slotfase een pass van Dani Alves af.