Geen waarschuwing vooraf. Geen alarmbellen. Geen kijkwijzersymbool voor potentieel schokkende beelden. Gewoon een klap op mijn kanis terwijl ik zat te zappen.

Zap. Zap. Zap. Beng:

Daar danste Michael Boogerd. Op kunstschaatsen en de tonen van een hit van Jantje Smit. In zijn armen een veel te blonde chick, in zijn gebit glinsterde zijn eigen glitterpakje. Ik schakelde meteen weg, maar het was al te laat: het beeld stond op mijn netvlies gebrand.

Alpenrit

Boogie als klungelende kunstschaatser: ik had er al iets over gehoord en gelezen. Maar stiekem, diep van binnen, hoopte ik dat het een grap was. Haagse bluf ofzo. Ik geloofde niet echt dat hij het zou doen, totdat ik het zelf zag met mijn eigen arme, arme, arme ogen.

Ik heb meteen de tape van La Plagne 2002 opgezocht. Van die ene Alpenrit in de Tour. Het hielp niet. Hoe vaak ik de tape ook afspeelde: ik bleef dat glitterpakje zien in zijn gebit. Jantje Smit bleef echoën in mijn oren.

Sokkel

Misschien kwam de klap wel zo hard aan omdat Boogerd de zoveelste in de rij was. Mijn oude helden sneuvelen deze weken bij bosjes. De een is nog niet van zijn sokkel gevallen of de volgende kiepert al om. Ex-zwemdiva Inge de Bruijn draait achtjes op een bevroren zwembad.

Goran Ivanisevic hobbelde twee setjes als een houten klaas over een tennisbaan in het kader van een kansloze rentree. Gerard van Velde, Falko Zandstra, Rintje Ritsma en Annamarie Thomas lieten zich als crashtestdummies van een berg af lazeren door de marketingjongens van een popi-jopie-pepdrankje.

En op het ATP-toernooi van Rotterdam dienen Jacco Eltingh en Paul Haarhuis als kanonnenvoer voor jochies die hun kleinzoon hadden kunnen zijn.

Bolle reet

Ex-K1-fighter Remy Bonjasky in Sterren Dansen op het IJs: het zou verboden moeten worden. Ooit werd hij door de ringmaster The Flying Dutchman genoemd omdat hij kickboksende sumoworstelaars velde met zijn knieschijven.

Nu noemt ijsdanspresentator Gerard Joling hem 'een stuk chocola met een enorm lekkere bolle reet'. En bedankt. In één zin een imago aan gruzels waar Bonjasky een heel sportleven aan gebouwd heeft.

Zwarte gat

Van mij mogen die oude helden doen wat ze willen. Zelfs een beetje sporten voor de leuk. Maar waarom moet het open en bloot? Waarom moet er televisie bij zijn? En publiciteit? Waarom krijgen wij, de fans, al dat geklungel onder ogen? Waarom moeten wij daar onze schitterende herinneringen mee bezoedelen?

Ik hoef Inge de Bruijn niet met haar kinnebak op het ijs te zien klappen. Ik wil Falko Zandstra en zijn beginnende buikje niet zien strompelen nadat hij de boarding heeft gekopt. Ik wil Goran Ivanisevic niet in mijn geheugen grieven als een wandelende bezemsteel.

Het zal wel met het zwarte gat te maken hebben. Gestopte sporters missen een doel in hun leven. Misschien ook wel de aandacht en de roem. Daarom proberen ze uit dat gat te klimmen.

Poolcirkel

Maar zo'n gat bestaat niet voor niets: daar horen gepensioneerde sporthelden in te verdwijnen. Naar een nieuw leven, naar de Bahama's of naar een rijtjeshuis in Almere.

Van mijn part verdwijnen ze naar een iglo in de Poolcirkel. Op poolijs kun je ook vast hartstikke fijn kunstschaatsen. Zonder Jantje Smit, zonder Gerard Joling, zonder glitterpakjes. En vooral: zonder dat wij het hoeven te zien.