De beroemde keeper Frans de Munck is overleden. Hij was een ijdeltuit. Maar: een góede ijdeltuit. Daar kan geen twijfel over bestaan.

Door Menno Pot

Dat Frans de Munck, de beroemde keeper die vrijdag op 88-jarige leeftijd overleed, de bijnaam De Zwarte Panter had, weet elke Nederlander die ook maar enige kennis van voetbal heeft, of zelfs dat niet eens.

Het is een typische, wat nuffige Triviant-vraag, waarop elke volwassen Nederlander in een reflex het antwoord kan oplepelen, zonder te weten voor welke clubs De Munck eigenlijk speelde.

Om die vraag maar even te beantwoorden: vv Goes, Sittardse Boys, Duits avontuur bij FC Köln, Fortuna ’54, landskampioen met DOS, afgebouwd bij Veendam, Cambuur en Vitesse. Ik wist het ook niet.

Kammetje

Mooie bijnaam, maar eigenlijk vind ik het beeld van het kammetje nog mooier. In een aantal necrologieën staat te lezen dat De Munck een keeper was die altijd een kammetje in zijn achterzak had.

Kijk, op zoiets ga ik dus googelen. Zo belandde ik bij een lezersreactie op de website van De Telegraaf, geplaatst door een meneer uit Maastricht die het kammetje nog zelf gezien heeft: “Ik heb hem nog meegemaakt bij Fortuna in Geleen, hij was zo ijdel dat hij een bakje met water en een kammetje in de goal had staan om na een ingreep zijn haren te kammen.”

Dat bakje water: schitterend. Frans de Munck was met recht De Zwarte Panter (check de prachtige foto bij dit eerbetoon op de site van Vitesse), maar hij was dus ook Het Keepende Kammetje. Dandy de Munck.

Eerste klasse

Prachtig is ook dit verhaal uit de oorlogsjaren. De Munck moest met vv Goes per trein naar Zuid-Limburg, voor een uitwedstrijd tegen Sittardse Boys. Het hele team van Goes kocht een kaartje voor de derde klasse en ging op de houten bankjes zitten kaarten, maar Dandy de Munck nam tot ergenis van zijn ploeggenoten in zijn eentje plaats in de eerste klasse, naar eigen zeggen om zich mentaal goed te kunnen voorbereiden op de wedstrijd.

Meneer was een ijdeltuit, zoveel is duidelijk, en daarmee valt hij in een intrigerende categorie voetballers. Aan ijdele voetballers (flamboyant, eigenzinnig, grote bek, larger than life, tikje arrogant) heb ik namelijk sóms een bloedhekel, maar soms ook juist niet: dan vind ik ze, feitelijk om exact dezelfde redenen, juist eindeloos sympathiek. Waar ‘m dat in zit? Ik krijg er de vinger niet goed achter.

Boevenkop

Van Zlatan Ibrahimovic ben ik bijvoorbeeld fan. Zijn hooghartige uitspraken, zijn fratsen, zijn uitgestreken boevenkop, ik moet er altijd om lachen. Cristiano Ronaldo, daarentegen, wekt moordneigingen bij me op. Die twee verhouden zichwat mij betreft tot elkaar als Liam Gallagher (Oasis) en Enrique Iglesias: allebei ijdel, allebei hooghartig, maar de één op de goede manier en de andere niet.

George Best en David Beckham: allebei vonden ze hun uiterlijk van levensbelang. Haar, jasje - alles moest kloppen. Maar: bij George Best vind ik dat prachtig, terwijl ik me er bij de metroseksueel Beckham kapot aan erger.

Marko Pantelic? Vanaf zijn allereerste interview vond ik hem een zelfingenomen mafkees van het toffe soort. Mounir El Hamdaoui? Vanaf zijn allereerste interview vond ik hem een zelfingenomen mafkees van het verkéérde soort.

Divan

Terug naar Dandy de Munck. Bij de De Munck-necrologie in De Telegraaf staat een foto van De Munck op hoge leeftijd: een trotse, oude man met vuur in de ogen. Naast zijn hoofd, op de rugleuning van de divan, staat een beeldje van een ranke zwarte panter, opdat er geen misverstand over kan bestaan met welke legende we hier te maken hebben.

En het allermooiste: op die foto kun je zien dat hij ook díe dag, lang na zijn actieve carrière, uitgebreid voor de spiegel heeft gestaan. Lik Brylcreem, beetje water en daarna het kammetje uit de broekzak.

Met grote beslistheid plaats ik Dandy de Munck, Het Keepende Kammetje, in de categorie van Zlatan, Liam, George en Marko, de categorie der Goede IJdeltuiten. Jongens met een kop erop, maar gesneden uit het goede hout. Dat zijn wat mij betreft de beste.