Jhon van Beukering is geen spits met lovehandles en het acceleratievermogen van een stacaravan. Jhon is veel meer dan dat. Jhon is de verpersoonlijking van een droom.

Door Thijs Zonneveld

Ineens rolde de bal voor zijn voeten. Niemand bij hem in de buurt. De weg naar het doel lag open. Het was als een droom. Scoren bij zijn debuut in De Kuip.

Hoeveel keer had hij daar niet over gefantaseerd als jochie? Het enige wat Jhon hoefde te doen, was rennen. Zo hard als hij kon. Daar liep het mis. Jhon kan niet hard rennen. Hooguit een beetje sjokken.

Er zijn een hoop mensen die het een aanfluiting vinden dat Jhon een Feyenoord-shirt mag dragen. Een voetballer met de conditie van de linksachter van een veteranenteam, de kont van een Tokkie en het eetpatroon van een vrachtwagenchauffeur: dat kan écht niet. Ik vond dat zelf ook. Tot ik Jhon zondag voor het eerst zijn roodwitte shirt met nummer 9 over zijn buik zag trekken. Ik ben om.

Profvoetballer

Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die stiekem nog wel eens droomt van een carrière als profvoetballer. Er zijn er nog honderden, duizenden, miljoenen zoals ik. En dan bedoel ik niet alleen kleine jochies die in de pyjama van hun favoriete club slapen, maar ook grote jochies.

Jochies van twintig, dertig, veertig, vijftig – zestig jaar oud misschien wel. Postbodes, heftruckbestuurders, zwemleraren, tweederangs journalisten, vakkenvullers, bankiers, belastingadviseurs. Ook al kun je nog geen drie keer hooghouden, durf je niet te koppen of ren je als een pinguïn met een zwabbervoet: je kunt altijd nog je ogen dichtdoen en fantaseren dat je het wel een beetje kan.

Dat je toevallig een keer op het goede moment op de goede plek bent, een kans krijgt van de trainer, een shirt met je naam op je rug mag aantrekken en debuteert in een echt stadion. Met echte mensen. Een echte tegenstander. Een echte bal. En televisie. Enzo.

Verpersoonlijking

Jhon brengt het onmogelijke dichterbij. Hij is de verpersoonlijking van een droom. Hij brengt hoop. Om te debuteren in De Kuip hoef je geen sixpack te hebben. Lovehandles zijn geen probleem. Je hoeft zelfs geen twintig goals per jaar te maken bij kleinere teams. Ook geen tien trouwens. Of vijf. Je kunt gewoon worden weggestuurd bij allerlei eerstedivisieclubjes – en dan nog krijg je een contract bij Feyenoord.

Een fluwelen techniek? Nergens voor nodig. Een loeiharde knal in je linker net zo goed niet. Hé, je hoeft zelfs niet eens hard te kunnen rennen! Als je een beetje probeert te sjokken dan is het al genoeg, dan zegt de trainer na afloop dat je tegenwind had. Het publiek vindt het ook allemaal best. Die scanderen minutenlang je naam terwijl je je warmhobbelt langs de zijlijn.

Ik ben voor Jhon, want ik ben een beetje Jhon. En er zijn nog een heleboel mensen die een beetje Jhon zijn. Ik hoop dat de bal volgende week voor zijn voeten rolt als hij iets dichter bij het doel van de tegenstander staat. Maak er eentje, Jhon. Voor ons allemaal.