Tienduizenden wielerfans trokken in vroeger tijden naar het Olympisch Stadion in Amsterdam, als daar een belangrijke stayerwedstrijd op het programma stond. Stayeren was decennialang één van de populairste onderdelen van de baanwielersport.

Door Rob de Haan

Tegenwoordig is de stayersport nog maar een marginaal fenomeen. Dat is erg jammer. Stayeren is namelijk buitengewoon spectaculair.

Tijdens een stayerwedstrijd rijdt elke wielrenner in de slipstream van een motor. Dankzij die slipstream kan de wielrenner een sensationele snelheid ontwikkelen. Op de wereldkampioenschappen haalden toppers gemiddelden van meer dan 80 kilometer per uur.

De wielrenner kan tijdens een stayerwedstrijd de snelheid van de motor bepalen, door tegen de gangmaker op die motor te schreeuwen of hij harder of langzamer moet rijden. Toch is de bestuurder van de motor beslist niet een marionet van de wielrenner.

Tactisch inzicht

Integendeel: het tactisch inzicht en de rijvaardigheid van de gangmaker zijn doorgaans zeer bepalend voor de uitslag van de wedstrijd. Zoals de journalist en stayerfanaat Charles Ruys schreef: ‘Ge weet het, hoe goed een stayer ook is, zonder een puike gangmaker is hij toch echt nergens.’

De dinsdag overleden Norbert ‘Noppie’ Koch was in de jaren ’70 en ‘80 de beste gangmaker ter wereld. In totaal loodste hij tien maal een renner naar de wereldtitel stayeren.

Behalve op grote stayermotoren, reed Koch ook vaak wedstrijden op kleinere motoren, de zogenaamde derny’s. Elf maal loodste hij een wielrenner naar een Europese derny-titel.

Trucs

De rol van Koch was vaak erg groot bij die overwinningen. Voor de wedstrijd bedacht hij meestal de tactiek. Koch bepaalde bijvoorbeeld ook met welke versnelling de wielrenner reed. En tijdens de wedstrijd had hij een rijk repertoire aan trucs om te voorkomen dat tegenstanders hem en zijn renner in konden halen.

Noppie Koch beëindigde zijn carrière als gangmaker in 1988. Toen was de populariteit van de stayersport al enige jaren tanende. Het imago van het stayeren was in die periode allerminst hip.

Het grote publiek leek van mening te zijn, dat het rijden achter de grote motoren een ouderwetse, achterhaalde vorm van wielrennen was.

Imago

Ook was het niet erg goed voor het imago van de stayersport, dat er indertijd in de pers verhalen opdoken over verkochte stayerwedstrijden.

In de jaren ’90 ging het buitengewoon slecht met de stayersport. In 1994 werd het laatste officiële WK stayeren gehouden. Er bestaat tegenwoordig nog wel een EK stayeren.

In vroeger tijden konden zowel de renners als de gangmakers geweldige bedragen verdienen in de stayerwereld. Vooral in Duitsland was de stayersport decennialang een goudmijn.
Sinds midden jaren ‘90 beoefent men het stayeren alleen nog uit hobbyisme.

Pure liefde

Er is nauwelijks nog een cent mee te verdienen. Toch zijn er nog altijd sterke wegcoureurs zoals prof Reinier Honig, die uit pure liefde voor het stayeren in deze prachtige tak van de baanwielersport actief zijn.

Patrick Kos is momenteel Nederlands kampioen stayeren. Hij is een zoon van René Kos, die in 1981 wereldkampioen stayeren werd bij de profs.

Sinds kort is ex-profwielrenner Matthé Pronk eveneens actief als stayer. Ook zijn broer Jos Pronk is van plan om in de toekomst stayerwedstrijden te rijden. Net als bij Patrick Kos, zit bij de broers Pronk de liefde voor de stayersport in de genen: de vader van Matthé en Jos werd tweemaal amateurwereldkampioen stayeren. Toen Pronk senior die twee titels behaalde, was Noppie Koch zijn gangmaker.