AMSTERDAM - De Nederlandse honkballers zijn er niet in geslaagd de Intercontinental Cup op hun naam te schrijven. Cuba was met 4-1 te sterk voor de ploeg van bondscoach Jim Stoeckel.

De Cubanen redde zich met een ultieme pitcherswissel en grepen voor de elfde keer de titel in Taiwan. Het brons was voor Italië, waardoor het erepodium een ongekend Europees tintje kreeg.

Oranje werd vier jaar geleden ook al tweede. Ditmaal leek de zege voor het grijpen. In de laatste inning liepen de honken vol, met nog niemand uit.

Een 'grandslam homerun' had goud betekend. De Cubaanse coach riep ijlings Jonder Martinez naar de heuvel, de werper die Oranje eerder in het toernooi ook al had bedwongen. Hij faalde opnieuw niet. Geen van de Nederlandse honklopers bereikte de thuisplaat.

Mis

Cuba begon met een geruststellende voorsprong van 4-0 aan de laatste inning. Yadier Pedroso mocht als slotwerper het goede werk van Miguel Alfredo Gonzalez, die sinds de vierde slagbeurt geen enkele Nederlander op het honk duldde, afmaken.

Prompt ging het mis. Eugene Kingsale kreeg vier wijd en werd verder gebracht door Didi Gregorius en Sydney de Jong. Curt Smith sloeg hem binnen, 4-1.

Paniek

Het leidde tot lichte paniek in het Cubaanse kamp. Martinez bleek de oplossing. Hij zette achtereenvolgens Sharlon Schoop, Railey Legito en Danny Rombley aan de kant.

De late dreiging van Nederland stak schril af tegen de povere aanvalskracht in de voorgaande acht innings. Gonzalez kreeg slechts twee hits tegen, tweehonkslagen van Bryan Engelhardt en Smith.

Verdedigend was Nederland, op de heuvel althans, de mindere. Startende pitcher Rob Cordemans en zijn opvolgers Nick Stuifbergen, in de vierde inning, en Berry van Driel kregen samen tien honkslagen tegen, waaronder een homerun voor de laatste met één man 'aan boord'. Het veld hield de schade echter beperkt, waardoor de kans op een verrassing tot het einde aanwezig bleef.