AMSTERDAM - Wielrenunie UCI is van mening dat de Nederlandse dopingzondaar Thomas Dekker geen beroep kan doen op de uitspraak van het CAS, dat onlangs hoge boetes voor Alexandre Vinokoerov en Michael Rasmussen kwijtschold.

De Kazach en de Deen hoeven van het internationaal sporttribunaal, ondanks het door hen in 2007 getekende 'antidopingcontract', geen jaarsalaris aan de UCI over te maken omdat het document geen juridische basis heeft.

UCI-woordvoerder Enrico Carpani laat donderdag aan NUsport weten dat die uitspraak volgens de wielerunie niet van toepassing is op Dekker. "Vinokoerov werd bestraft voor een positieve test in 2007", legt hij uit. "Ook de zaak van Rasmussen speelde zich volledig in dat jaar af."

Controversieel

"De zaak-Dekker ligt echter anders. Hoewel de misstap plaatsvond in 2007 stamt de positieve test uit 2009. En sinds 1 januari van dat jaar hebben wij binnen de UCI nieuwe regelgeving die duidelijk maakt dat op overtredingen ook financiële sancties staan."

Dekker werd op tweede kerstdag 2007 positief getest op EPO. De zaak is controversieel omdat het resultaat pas in een hertest vlak voor de start van de Tour de France van 2009 bekend werd.

Whereabouts

Carpani bevestigt donderdag tegenover NUsport dat Rasmussen in navolging van Vinokoerov geen jaarsalaris hoeft over te maken. De Deen werd door zijn eigen werkgever Rabobank vlak voor zijn eindoverwinning uit de Tour van 2007 gehaald omdat hij gefraudeerd zou hebben met zijn 'whereabouts'.

Boete

De UCI wilde middels het 'antidopingcontract' een jaarsalaris vorderen van dopingzondaars. Een groot deel van het internationale peloton ondertekende in 2007 de verklaring waarin de boete als strafmaat was opgenomen.

De wielerunie heeft de regels per 1 januari 2009 aangepast. Renners die na die datum betrapt zijn kunnen wel rekenen op een boete die, afhankelijk van de overtreding, kan oplopen tot 70 procent van het jaarsalaris.