Sven Kramer zakte op zondag 21 maart neer in een met witte stof beklede bank in ijsstadion Thialf. Hij was net wereldkampioen geworden, voor de vierde keer op rij was de Fries als beste allrounder ter wereld gekroond.

Door Nando Boers

Hij was nog geen 24 jaar oud en het slopende olympische seizoen zat er op. Hij zei ‘volkomen uitgeblust’ te zijn.

En het zou er anders aan toe gaan in het vervolg. Nog eens vier van zulke jaren, nee. Dat zou hem slopen en dan zou hij de Winterspelen van Sotsji 2014 niet in optimale toestand bereiken.

Gas terugnemen, op zichzelf letten, niet te hard van stapel lopen, dat zou hij gaan doen. Toen hij na ruim drie minuten weer opstond, zei hij: “Het komt allemaal wel goed.”

Trainingsachterstand

In augustus in Calgary spraken we hem opnieuw (zie magazine NUsport dat nu in de winkel ligt voor het grote interview). Kramer trainde lekker, maar had een trainingsachterstand van een week of vier.

Of hij de NK afstanden zou rijden was zeer de vraag, zei hij toen. Die vraag beantwoordde hij vorige week in Hoogeveen, in de bedrijfskantine van zijn werkgever TVM. Geen NK afstanden en de eerste World Cups zou hij aan zich voorbij laten gaan. De trainingsachterstand schatte hij op drie à vier maanden.

Moeten we ons zorgen maken om Kramer? Aan de ene kant wel. Een menselijk lichaam bezit geen onuitputtelijke bron van energie, en dat Kramer veel van zichzelf had gevergd, dat was duidelijk.

Smalle basis

De basis was smal geweest en hij had twee keer met griep, verhoging, verstopte holtes en meer van dat soort zaken geschaatst – in Heerenveen en Hamar in de wereldbekerwedstrijden - edoch, de kampioenschappen waren later dat jaar gewonnen en als er geen foutieve wissel op de tien kilometer was geweest had hij zijn individuele doel bereikt: twee keer goud in Vancouver.

De longen waren wel aangetast, zo bleek na Vancouver en hij had last van zijn rug – een zwakke plek in zijn lichaam. Hij hoopte dat een lange rustperiode genoeg was voor een herstel.
Waarom we ons geen zorgen hoeven maken ligt besloten in hetzelfde lijf.

De medici om TVM heen roemen nog steeds zijn herstelvermogen. Dat is zijn grote kracht. Lees het verhaal er nog eens op terug – Het DNA van Kramer – dat in NUsports voorganger Sportweek stond in januari 2009.

Zijn zwakke plek is tevens zijn sterke punt. Het gevaar ligt besloten in een karaktertrek van Kramer: de wil om te winnen, de wilskracht om ook daadwerkelijk de ‘tank ook helemaal leeg te trekken’.

Stekker eruit

Hij zal rust moeten nemen. Het is daarom van cruciaal belang dat het Kramer lukt zo zuinig als nodig is op zijn lichaam te kunnen zijn. Dat hij probeert om de NK allround te halen is te prijzen, het is alleen te hopen voor de Nederlandse sport dat hij bij de geringste twijfel de stekker eruit trekt dit seizoen.

Dan maar geen vijfde EK-titel of vijfde WK-kroon. Te hopen dat hij zijn wilskracht de baas is.
Dit seizoen zal blijken of Kramer niet alleen een sterke sporter is, maar ook een slimme en verstandige.

Dat hij gemist zal worden tijdens de NK afstanden is duidelijk. Dat het beter is dat hij niet rijdt ook.