Ik had een hekel aan Feyenoord. Ik glimlachte iedere keer dat 010 verloor. Ik jubelde bij iedere tegengoal. Maar nu niet meer. Dit is te erg.

Het gebeurde vlak voor tijd. PSV had er al negen in liggen en was op zoek naar de tiende. De spelers van Feyenoord zagen eruit als goudvissen naast hun kom: happend naar adem en ogen zo groot als pingpongballen.

Mario Been beet op zijn lip langs de zijlijn, keeper Rob van Dijk vroeg zich af waarom hij niet gewoon met zijn kinderen in de rij voor Holle Bolle Gijs in de Efteling stond en Georgino Wijnaldum bedacht dat hij de tweede seizoenshelft misschien wel bij Excelsior zou mogen spelen als hij het lief zou vragen aan Don Leo.

Ik keek hoe PSV een nieuwe aanval opzette – en patsboemzomaarineens vielen er twee woorden uit de lucht. Eerst dacht ik dat iemand anders het zei. Dat het de commentator was. Of mijn vriendin. Daarna besefte ik dat ik het zelf was. Ik schrok.

Vijanden

Iedere voetbalsupporter heeft vijanden nodig. Spelers, clubs en landen waar je een hekel aan hebt. Let wel: ik heb het over een fijne hekel. Niet een hekel waarbij je iemand een ziekte, een kogel of een moeder met een heel oud beroep toewenst – maar een lekkere afreageerhekel.

Zo’n hekel die je ook hebt aan lege tandpastatubes, een stortbui op je kop of een boterham met pindakaas die met de verkeerde kant naar beneden op de keukenvloer valt.

Zo heeft de voetbalfan in mij een lekkere hekel aan Duitsland, Real Madrid, Rudi Völler en alle Braziliaanse spitsen die fictieve baby’tjes wiegen als ze hebben gescoord. En natuurlijk aan Feyenoord.

Spruitjesgrimas

Ik hoef alleen maar aan John de Wolf te denken om een spruitjesgrimas op mijn gezicht te toveren. Henk Fräser, ook goed. Of John van Loen. Of Ruud Heus. Of Mike Obiku. Of Gaston Taument. Of Julio Ricardo Cruz. Of Paul Bosvelt.

Van die hekel aan Feyenoord kon ik intens genieten. Wat was er mooier dan een rollertje door de vingers van Ed de Goey te zien glippen? Of Ullrich van Gobbel die per ongeluk een bal over de zijlijn liep? Of Pierre van Hooijdonk die een vrije trap de tweede ring in schoot?

Hekel

Toen PSV zondag met een nulletje of drie voor stond, besefte ik ineens dat er bij Feyenoord tegenwoordig eigenlijk helemaal geen spelers meer rondlopen waar ik een hekel aan heb. Luigi Bruins lijkt me een schat van een jongen, Kelvin Leerdam zou ik het liefst een aai over zijn bol geven en Stefan de Vrij wil ik met alle plezier helpen met zijn huiswerk.

Het zette me aan het denken. Bij 4-0 jubelde ik niet meer. Bij 5-0 drong het tot me door dat ik stiekem al jaren geen hekel meer aan Feyenoord heb. Bij 6-0 voelde ik medelijden. Bij 7-0 spijt. Bij 8-0 nam ik me voor mijn Feyenoordvrienden een welgemeende sms met opbeurende woorden te sturen. Of een fruitmand.

Fluisteren

Bij 9-0 vloekte ik. Vlak voor de 10-0 gebeurde het. Twee woorden. Ze kwamen er heel zachtjes uit. Het was alsof ik fluisterde tegen de cavia van mijn buurmeisje.

Hup Feyenoord.

Morgen speelt Feyenoord tegen VVV in de strijd tegen degradatie. Misschien fluister ik zelfs wel een heel klein beetje harder.