De voorbije jaren is een nieuw type voetbalsupporter geboren: eentje die ouderwetse voetbalcultuur stiekem belangrijker is gaan vinden dan de resultaten van zijn eigen club.

Door Menno Pot

Mijn favoriete voetbalwebsites zijn geen nieuwssites die alle transfers en blessure-updates als eerste melden, en ook geen nieuwssites over mijn eigen favoriete club.

Als ik ’s ochtends mijn computer aanzet, kijk ik eerst op Football Culture, daarna op Door de Benen en In de Hekken, en daarna op Voetblah en het Engelse When Saturday Comes.

En daarna is er koffie.

Het zijn allemaal sites vanuit supportersperspectief, die zich vrij nadrukkelijk als ‘clubneutraal’ manifesteren. Ze vinden voetbalcultuur belangrijker dan de moderne voetbalindustrie, het geleuter over megatransfers en zaaddodend serieuze wedstrijdanalyses. Ze bekijken het voetbal zoals ik dat zelf met de jaren ook ben gaan doen.

Vuur

Ik durf zelfs te beweren dat er de voorbije jaren een nieuw soort voetbalsupporter is ontstaan. Een supporter die in de jaren tachtig en negentig een bovengemiddeld fanatieke clubsupporter was, maar inmiddels de dertig (of veertig) gepasseerd is en het de voorbije tien, vijftien jaar bij zijn club een stuk minder leuk is gaan vinden, al laait het vuur soms nog wel op.

Een tijdlang wilde hij het niet aan zichzelf toegeven, maar inmiddels heeft hij dat wel gedaan: hij vindt de transfers, de begroting, de trainer, het bestuur, het tactische systeem, de wissels en de uitslagen van zijn club niet zo heel erg belangrijk meer, in elk geval veel minder belangrijk dan vroeger.

Kille stadions

Hij is ouder geworden, heeft misschien een gezin dat op zijn prioriteitenlijst de voetbalclub voorbij is geschoten, maar dat is niet het enige: hij herkent zich ook niet erg meer in de gemiddelde voetballer en de gemiddelde supporter, zelfs niet in die van zijn eigen club.

Hij heeft het gevoel dat er in het voetbal geen plek meer is voor humor en jongensachtige ongehoorzaamheid, vindt dat de cultuur die in zíjn tijd nog leefde is vergald door verplichte buscombi’s, kille nieuwe stadions zonder staantribunes, dure toegangskaarten, onsympathieke en klinische UEFA-toernooien en een alomtegenwoordige focus op geld.

In het stadion voelt hij zich vaak omringd door dagjesmensen: kritiekloos klapvee, dat voetbal als entertainment ziet.

Cambuur-aanhangers

De makers van de sites die ik hierboven noemde? Ik ken ze niet, op één gozer van Football Culture na, maar ik voel instinctief dat ze jongens van mijn soort zijn, en ik vermoed ook leeftijdgenoten van iets voor of na bouwjaar 1975. Misschien zijn ze Ajacieden, net als ik, maar misschien ook Feyenoorders, AZ’ers, NEC’ers, Groningen- of Cambuur-aanhangers, het doet er niet toe.

Ik vermoed dat we vroeger allemaal in de fanatieke vakken stonden. Wel eens wat uitgevreten, dol op het vijandige sfeertje, maar toch te aardig en te goed opgevoed om echt gewelddadig te zijn: het bleef meestal bij kattenkwaad, druktemakerij.

In pakweg 1990 waren we allemaal zo fanatiek dat we niet over clubrivaliteiten heen hadden kunnen stappen. Sterker: als je ons allemaal in één kroeg had gezet, had het best bonje kunnen worden.

Diepe afkeer

Nu zijn we het ergste fanatisme voorbij en worden we verenigd door een diepe afkeer van de ontwikkeling die het voetbal sinds ‘Bosman’ heeft doorgemaakt. We worden verbonden door de wetenschap dat we een gemeenschappelijke vijand hebben: Het Moderne Voetbal.

Op Football Culture, Door De Benen en In De Hekken vinden we wat we bij onze eigen clubs steeds meer zijn gaan missen: kleine brokjes authenticiteit, humor, anarchie en chaos. Rare voorvallen, oude stadions, gliproutes, hilarische snorren op Panini-plaatjes, de snackcaravan bij het uitvak, pissen tegen de staantribune, broodje bal tweevijftig en na afloop de politie stangen. De supporterstegenhanger van Hard Gras, zeg maar.

Geestverwanten

We’ve done the miles for the club. Misschien hebben we elkaar vroeger wel staan uitdagen door de hekken van een uitvak, ergens in Nederland, en hield de M.E. dat met argusogen in de gaten.

Nu zijn we geestverwanten, oude clubpartizanen, die met elkaar (oude tegenstellingen ten spijt) beter over voetbal kunnen lullen dan met de gemiddelde bezoeker van het nieuwe stadion van onze club.

Zo zie je: de tijd lost alle problemen op.