1974 leek het grote succesjaar van Joop Zoetemelk te worden. Bergop was hij tijdens het voorjaar oppermachtig. De 27-jarige coureur won ondermeer Parijs-Nice, de Catalaanse Week en de Ronde van Romandië.

Door Rob de Haan

Eddy Merckx werd in die periode meermaals in directe duels door Zoetemelk verslagen. De Belgische kannibaal leek moedeloos te worden van de overmacht van de Nederlander. Hij concludeerde dat Zoetemelk in deze vorm de topfavoriet zou zijn voor de Tour de France van 1974.

Op 22 mei 1974, tijdens de eerste etappe van de Midi Libre, sloeg het noodlot echter toe. De auto van een Engels echtpaar stond op een zeer gevaarlijke plek geparkeerd, in de slotkilometer van de rit.

De eerste renners van het peloton konden de auto nog net ontwijken, maar daarachter ontstond een massale valpartij. Joop Zoetemelk lag daar ook bij.

Hoofdpijn

Hij werd naar het ziekenhuis van Béziers gebracht. Zoetemelk had die avond veel hoofdpijn. De doktoren maakten radiografieën. Daar werd echter niets onrustwekkends op ontdekt. De doktoren concludeerden daarom dat er niets ernstigs aan de hand was met de wielerkampioen. Een dag later mocht hij het ziekenhuis verlaten. Hij werd door zijn schoonvader per auto naar huis gebracht.

Terwijl hij thuis op bed lag, werd de hoofdpijn steeds erger. Zijn huisarts kwam langs. Die schaarde zich in eerste instantie achter het oordeel van de doktoren in Béziers: er was niets ernstigs aan de hand met de patiënt.

Ondraaglijk

Tijdens de daaropvolgende nacht werd de pijn bij Zoetemelk bijna ondraaglijk. Hierop besloot de huisarts om de coureur toch naar een ziekenhuis in Suresnes te sturen.

Daar werd hij onderzocht door professor Freche. Die constateerde dat er in Béziers een enorme medische blunder was begaan: Zoetemelk had ondermeer twee scheurtjes in zijn schedel en een levensbedreigende hersenvliesontsteking.

Ruim een maand lag Zoetemelk in het ziekenhuis. Het was uitermate onduidelijk, wat op langere termijn de fysieke en mentale gevolgen zouden zijn van de valpartij. De arts achtte het niet waarschijnlijk dat de patiënt ooit zijn wielercarrière zou kunnen hervatten. Toen Zoetemelk in de zomer naar huis mocht, ging het nog steeds erg slecht met hem. Hij kon nog nauwelijks lopen.

Herstel

In de daaropvolgende maanden ging het langzaam maar zeker steeds iets beter met Joop Zoetemelk. In het najaar ging hij weer trainen.

Die winter werkte hij hard aan zijn herstel. Om zijn conditie op te bouwen ging hij ondermeer veel langlaufen. Uiteindelijk kon hij in het voorjaar van 1975 zijn comeback maken in het profwielerpeloton. In maart bewees hij al, dat hij weer terug was bij de wereldtop: Zoetemelk won het eindklassement in Parijs-Nice.