ROTTERDAM - Door de forse toename van wet- en regelgeving ishet voor vrijwilligers bij sportclubs steeds moeilijker gemotiveerdte blijven. Dat blijkt uit onderzoek van Ernst & Young.

Een gemiddelde vrijwilliger besteedt tegenwoordig tot een kwartvan zijn tijd aan het opvolgen van overheidsregels. "Van de meesteregels zien de bestuurders de zin wel in. Bijvoorbeeld regels overhygiëne en legionellabestrijding zijn in het directe belang van hunleden. Dat neemt niet weg dat sportverenigingen niet altijd instaat zijn om aan alle regels te voldoen", concludeert Erik Rutsvan Ernst & Young op basis van het onderzoek onder twaalfsportverenigingen.

Ontwikkelingen

Dat komt volgens Ruts omdat enerzijds de naleving vaak doormeerdere vrijwilligers wordt uitgevoerd. Anderszijds hebbenbestuurders moeite om alle ontwikkelingen op het gebied van wet enregelgeving te volgen. "Sportverenigingen met een eigen kantine enmet personeel in dienst hebben te maken met zo'n 30 verschillendewetten en regels waaraan ze moeten voldoen. Het houden vanoverzicht is vaak een onmogelijke opgave."

Uit het onderzoek blijkt dat de sportbestuurders vooral behoeftehebben aan betere informatie en een coöperatieve houding van deoverheid bij de controle op naleving. In de praktijk blijkt ditechter tegen te vallen. Ruts: "Strikte handhaving is funest voorhet functioneren van de sportvereniging."

Bedrijfsleven

Volgens Hans Blankert, scheidend voorzitter van sportkoepelNOCNSF, toont het onderzoek aan dat verenigingen in de praktijk zogoed als mogelijk kan omgaan met hun verantwoordelijkheden."Sportverenigingen doen wat ze kunnen maar redden het niet alleen.Het wordt hoog tijd dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemten verenigingen ondersteunt bij de handhaving. Ook hetbedrijfsleven kan met de aanwezige kennis hulp bieden."

Als de uren die gemoeid zijn met het naleven van wet- enregelgeving worden vertaald naar daadwerkelijke kosten, dan zou desport daar jaarlijks tussen de 86 en 171 miljoen euro aan kwijtzijn.