Ik neem het mijn ouders nog steeds kwalijk dat ze me geen Dennis Bergkamp hebben genoemd. Gemiste kans.

Door Thijs Zonneveld

Met zo'n naam had ik zonder enige twijfel nu niet lullige stukjes getikt, maar stond ik in een volgepakt stadion met een bal te goochelen. Dan had ik net zolang pirouettes om mijn directe tegenstander gedraaid dat hij kokhalzend van het veld moest.

Dan had ik vrije trappen in de winkelhaak gepenseeld. Maar ik heet geen Dennis Bergkamp.

Scout

Volgens mijn ouders kon het niet, Bergkamp als achternaam. En Dennis als voornaam vonden ze 'niet zo mooi'. Alsof ik met Thijs wél volle zalen trek. Maar als belangrijkste reden om me een carrière als beste voetballer van de wereld door de neus te boren, noemden ze dat ze bij mijn geboorte nog niet wisten dat Dennis zo goed zou worden. Hij was pas elf. Ik vind dat geen reden. Een beetje scout kon toen allang zien dat Dennis God was.

Ik heb zelf nog geprobeerd mijn naam te veranderen. Geen succes. Zelfs op mijn voetbalshirt mocht ik geen Bergkamp laten zetten. De enige naam die ooit op mijn rug heeft geprijkt, is Klerk's Verpakkingen. Ik speelde zo slecht als die naam doet vermoeden.

Lomp

Het kan ook anders. De ouders van de reservespits van Excelsior noemden hun zoon wél Bergkamp. Dat was misschien wel iets makkelijker omdat ze die achternaam zelf ook hadden, maar goed. Van voren heet hij Roland. De Excelsior-Bergkamp is het achterneefje van de Ajax-Inter-Arsenal-Bergkamp.

Hij speelt met Bergkamp op zijn rug en iedere keer dat de bal in zijn richting stuitert denken de toeschouwers, de tv-kijkers, zijn ploeggenoten en zijn tegenstanders dat hij iets moois tovert. Soms gebeurt dat. Meestal niet.

Excelsior-Bergkamp is een beetje lomp. En een beetje houterig. Als er Willemse of De Vries op zijn rug had gestaan, was hij ongetwijfeld de dikbuikige rechtsback van het vierde van RKSV Bruin-Geelse Boys geweest. Maar hij heet geen Willemse of De Vries.

Topscorer

Excelsior-Bergkamp heeft deze competitie al twee keer gescoord. Een keer kreeg hij een bal per ongeluk tegen zijn knieschijf en stuiterde de bal over de doellijn. En dit weekend scoorde hij met een hutseklutspunter na een corner. Je zou kunnen zeggen dat het lelijke doelpunten waren.

Dat zijn Oom Dennis die ballen eerst nog drie keer had hooggehouden, de keeper door zijn benen had gespeeld en daarna met contra-effect tegen het net zou hebben geaaid. Je zou ook kunnen zeggen dat de reservespits van Excelsior dankzij zijn klutskwaliteiten op de topscorerslijst doodleuk boven Bryan Ruiz, Miralem Sulejmani en Marcus Berg staat.

Dat was ongetwijfeld nooit gebeurd als hij geen Bergkamp op zijn rug zou hebben gestaan. Ik durf zelfs te beweren dat Excelsior-Bergkamp er al minstens tien in zou hebben liggen als zijn ouders hem Dennis hadden genoemd in plaats van Roland. Gemiste kans.

Jaloers

Als ik Roland Bergkamp was, zou ik mijn eigen shirt boven mijn bed hangen. Ik zou er elke avond voor het slapen gaan even naar kijken. De volgende morgen zou ik het van de muur halen, het in mijn voetbaltas stoppen en naar de club gaan.

Daar zou ik het met een uitgestreken gezicht uit mijn tas halen, doen alsof ik de jaloerse blikken van mijn ploeggenoten niet zag, het shirt aantrekken, het veld oplopen en een paar wonderlijke klutsgoals maken. Maar ik heet geen Bergkamp. Geen Dennis, en zelfs geen Roland. Met dank aan mijn ouders.

Mama, papa, als jullie over een paar jaar iemand nodig hebben om jullie steunkousen op te trekken of jullie billen te wassen: ik ben er niet.