Een weinig opzienbarend weekendje eredivisie leek gereed voor de reis richting vergetelheid toen het op de valreep alsnog onvergetelijk werd. Wissel bij Groningen - Utrecht: Maguire eruit, De Kogel erin.

De Kogel! Met zo’n achternaam heeft een voetballer geen bijnaam meer nodig. Mijn voetbalweekend was meteen goed.

De Kogel is een aanvaller. Uiteraard. En hoewel ik nog nooit van de beste man gehoord had, ga ik er ook blindelings van uit dat hij een snelle aanvaller is: eentje die diep kan gaan als ware hij door een revolver afgevuurd. Kan niet anders.

Eén ding is jammer: De Kogel heet Leon. Eigenlijk had hij natuurlijk Kees moeten heten. Kees de Kogel. Dat klinkt als de held uit een reeks voetbalstrips uit de jaren vijftig: door de week conducteur op een Utrechtse stadsbus, in het weekend de gevreesde midvoor van Elinkwijk. Zoiets.

Nostalgie

De Kogel. Er druipt nostalgie van die naam. Hij doet terugverlangen naar de tijd van De Zwarte Panter, of die van De Kromme, De Nees, IJzeren Rinus en Heinz Kroket, met als trainer natuurlijk De Generaal (of De Sfinx, wat u wilt).

De Keu van Twente (Eddy Achterberg), De Knoest van Volendam (Dick Tol), De Tank van Feyenoord (Theo Laseroms). En bij Heracles was een donkere speler (Steve Mokone) meteen een dusdanig exotische attractie dat iedereen hem op bezwerende toon De Zwarte Meteoor noemde. Dat waren tijden.

Rennis Dommedahl

In het wielrennen zijn ze er ook goed in. De Kneet. Wie hem niet meer weet, vraagt het maar aan De Smeet.

In het voetbal is het tegenwoordig behelpen. In de luwte van de Nederlandse eredivisie ontstaan nog wel eens goeie spotnamen. Aadje Afkoopsom (De Mos) is een sterke, net als Rennis Dommedahl. Dat Jhon van Beukering in tijden van overgewicht Jhonny van de Burger King genoemd werd, is ook tamelijk briljant.

(In topvorm zou Van Beukering overigens in aanmerking komen voor de bijnaam De Beuk. Mocht het nog eens zo ver komen met die topvorm, dan zou ik als trainer alles op alles zetten om een elftal te kunnen presenteren met De Beuk en De Kogel als spitsen, maar laat ik niet op mijn trainersloopbaan vooruitlopen).

Creatieve bloedarmoede

Bijnamen zijn voetbalcultuur, en dus belangrijk. Daarom is de creatieve bloedarmoede op internationaal topniveau zo deprimerend. Vooral bij de Spaanse topclubs zijn ze gemakzuchtig geworden sinds daar elk seizoen een wagonlading mega-aankopen gepresenteerd wordt. Of die Spanjolen hebben gewoon geen humor, dat kan ook.

Neem nou Ibragol, de bijnaam van Zlatan Ibrahmovic... Wat een armoe. Stukkie van zijn achternaam, ‘gol’ erachter en klaar is Carlos. Vergeleken daarmee kon Ibracadabra, zoals de Inter-fans hem noemden, er nog mee door.

Voor Ruud van Nistelrooij wisten ze bij Real Madrid niks beters te verzinnen dan Van Gol. Kom op: Van Doelpunt. Een beetje Nederlandse supporter zou zich de ballen uit de broek schamen. Geef die gozer dan géén bijnaam.

Matig getalenteerde reclamejongens

Toen Van Nistelrooij deze zomer naar de Bundesliga verkaste, bleek ook de HSV-aanhang in een creatieve crisis te zitten: een vertaling van Van Nistelrooys Spaanse bijnaam, iets beters zat er kennelijk niet in. Van Tor. Ik word daar verdrietig van. Het land van Der Kaiser, Der Bomber en Das Ungeheuer moet beter kunnen.

Ibragol en Van Tor... Het lijken bedenksels van matig getalenteerde reclamejongens met een writer’s block. Het zijn bijnamen die precies aangeven wat er mis is met het Europese topvoetbal van nu: geen plaats meer voor humor.

Spervuur

Daarom acht ik het, in naam der voetbalcultuur, van groot belang dat Evert ten Napel zo snel mogelijk het commentaar verzorgt bij een wedstrijd van FC Utrecht waarin De Kogel schittert. In mijn hoofd hoor ik Evert al: “En daar gáát ‘ie weer, die dekselse De Kogel, voor de zóveelste keer, als een duveltje uit een doosje! Dit is geen kogel meer, dit is een salvo, een spervuur!”

Of dat De Kogel straks, in de Europa League, de winnende goal maakt tegen Liverpool. Paginabrede kop in De Telegraaf: ‘Liverpool krijgt De Kogel’. Genieten.